Lizzie's Verhaal 56

Ik kreeg een merkwaardig koud gevoel toen ze het over Hermans had die flats onderverhuurde. Daar wilde ik alles over weten.
‘Wie is Hermans? Hoe zit dat met die flats?’
‘Weet ik niet. Dat is niet mijn verhaal.’
‘Ik wil weten wat jij weet.’
Ze keek me nog steeds zo klote neutraal aan. ‘Ik weet alleen dat hij Hermans heet. In de wijk Bruggespoor heeft hij een paar flats. Die zijn geen donder meer waard omdat ze straks gesloopt worden. Maar dat is al jaren zo en ze worden grif verhuurd. Het is allemaal zo illegaal als de pest. En met die Hermans had ik een akkefietje.’
Ik keek Maria aan maar zag haar niet. Plotseling vielen er een paar dingen op hun plaats. Ik dacht hoe ik vroeger was geweest. En liegbeest. Ik dacht opeens aan die zenuwtrek in het oog van Lies toen we elkaar weer zagen. Ik hoorde die wethouder weer zeggen: ‘Wist je dat er in deze stad talloos veel woningen onderverhuurd worden en dat daar dik geld aan wordt verdiend?’ Ik dacht aan andere dingen: bijvoorbeeld dat geld dat ik maandelijks overmaakte. En zo opeens dacht ik aan allemaal dingen tegelijk die ik nodig eens moest doen. Dat gevoel dat het met Lies wel goed zat, begon barsten en scheuren te vertonen.
‘Hoor je me eigenlijk wel,’ vroeg Maria boos. ‘Ik zit hier van alles te vertellen en jij schrijft niks op.’
Ik legde een biljet van twintig euro neer. ‘Je hebt me iets veel belangrijkers verteld. Dit geld is voor jou. Over een tijd zie ik je terug en dan gaan we verder. Ik moet plotseling dringend weg.’

Wordt vervolgd

Cor Snijders