Lizzie's Verhaal 46

‘Dag Lizzie.’
De wethouder klonk neutraal. Hij zag er nog even mollig uit in zijn streepjespak maar ook echt als directeur.
‘Dag meneer de wethouder.’
Ik klonk net zo neutraal. Ik wilde geen ruzie. Het verleden telde niet meer. Ik probeerde er niet aan te denken dat ik een hekel aan deze vent had. Ik moest de situatie een kans geven.
‘Dat we elkaar nu hier treffen,’ merkte de wethouder op. ‘Dit is toch een gedenkwaardige plaats, vindt u niet?’
Ik keek rond en zag overal graniet, marmer en andere soorten stenen in alle maten en soorten. Iets verderop was een werkplaats waar mensen bezig waren teksten in stenen te beitelen. Hier en daar klonken de indringende geluiden waar men bezig was stenen te verzagen.
‘Hoezo?’ vroeg ik.
De wethouder glimlachte minzaam. Hij leek niet meer op de enge figuur die in het donker op de galerij bezig was geweest mij duidelijk te maken dat hij alles van me wist. ‘Hier staan we op het raakvlak van leven en dood.’
Ik keek nog steeds rond. Op een zekere manier was het waar wat hij zei. Je hoefde de teksten op de stenen maar te lezen.
‘En u heeft daar een ander gezicht aan gegeven.’
Nu glimlachte hij echt. Het was een waarderende glimlach. Die vertelde dat we goed bezig waren. Ik had een goeie opmerking gemaakt en daar ging hij nu iets over zeggen.
‘Wij proberen de overledene wat meer vast te houden voor de levende.’
‘Dat is gelul!’ snauwde ik.

Wordt vervolgd

Cor Snijders