Lizzie's Verhaal 33

Ik ben met Lies overal naar toegesjouwd. Het eerste de beste uitzendbureau bekeek haar meewarig. Zo’n juf daar beloofde wel haar best te doen, maar dat werd niks zag ik wel. De andere uitzendbureaus sloegen we daarom maar over. Daarna gingen we wat adressen af uit de krant. Dat werd allemaal ook niks. Het komt door haar uiterlijk. Lies ziet er nog steeds uit als een lopende ramp. Het komt ook omdat ze nog ‘gebruikt’. Daar moet ik nog wat aan doen. Eigenlijk zou ik haar een maand moeten opsluiten.
Toen kwamen we bij dat slonzige kantoor waar ze folders verspreiden. Je wordt betaald per stuk. Je moet een stevige fiets hebben, een dikke trui met regenpak en veel uithoudingsvermogen. Dat heeft Lies allemaal niet, maar het is wel werk, dus moet ze het maar proberen. Mijn fiets mag ze lenen en ze heeft de hele dag.
Toen we binnen informatie hadden ingewonnen en Lies zichtbaarbaar stond te twijfelen, zei ik dat we even ruggespaak moesten houden. Ik nam Lies mee naar buiten. Aan de zijkant van het gebouw was een blinde steeg.
‘Dit is werk,’ begon ik. ‘Je leent mijn fiets. Je krijgt nul komma zoveel per folder. Dus iedere keer als je weer een partij haalt, stijgt je salaris.’
Ik keek haar verwachtingsvol aan.
‘Dan red ik nooit,’ fluisterde Lies. Ze zag asgrauw.
‘Dan stik je toch de moord,’ stelde ik kalm voor. ‘Dan zoek je vanavond je maaltijd weer bij elkaar uit de eerstvolgende vuilcontainer en mag je slapen in een bushalte tot de politie je wegjaagt.
Lies keek me ongelovig aan. Maar ze zag aan de blik in mijn ogen dat ik het meende.
Ze ging trillend en bevend mee naar binnen. Ze moest tekenen voor de fietstas en schatten hoeveel folders ze dacht te bezorgen. En toen was ze aangenomen.
‘Morgen om zeven uur zijn we open,’ zei de beheerder. ‘En als je tijd over hebt kun je nieuwe halen. Als je de boel belazert kost dat geld.’
‘Komt voor elkaar,’ beloofde ik.
De hele weg naar huis deed Lies geen mond open.