Lizzie's Verhaal 29

Ik sprak Piet bij de ingang van de Hema. Ik werk er al lang niet meer maar kom er regelmatig voorbij.
‘Hoi Lizzie,’ zei hij verbaasd. ‘Ik zie je steeds minder de laatste tijd.’
Hij is nog steeds verliefd op mij. Ik twijfel of ik ooit verliefd op hem zal worden. We weten beiden hoe de zaken er voorstaan en daarom doen we zo aardig mogelijk tegen elkaar.
‘Zullen wat drinken,’ bood ik aan.
‘Lijkt me een goed idee,’ stemde hij in.
Eenmaal gezeten vertelde ik hem over Lies. Hoe het vroeger was geweest, dat ik nog steeds een zwakke plek voor haar had, dat Jordan er moeite mee had en dat het zo jammer was dat Lies zo onverschillig was geworden.
‘Het is een rol waarin zo iemand niet gemakkelijk meer uitkomt,’ dacht Piet. Hij keek verstolen naar het bordje dat vertelde dat er niet gerookt mocht worden. Hij had erge behoefte aan een peuk. Van mij had hij gemogen, terwijl ik er niet eens tegen kan.
‘Eigenlijk wil ik haar wel helpen. Maar ik zit nog steeds te piekeren.’
‘Waarover?’
‘Of ze wel echt wil. Ik weet uit ervaring hoe goed dit soort mensen kan toneelspelen. Ik ben er zelf een geweest.’
‘Toch niet zo erg als Lies nu?’
‘Nee, maar er niet ver vandaan. Maar ik wil iets doen.’
‘Praat er eerlijk over, geef grenzen aan, zeg dat je haar controleert omdat je haar niet vertrouwt, maar dat je een poging wil wagen.’
‘Eerlijker kan niet,’ stemde ik in.
‘Wees lief en keihard als het nodig is,’ Piet keek me op een eigenaardige manier aan. ‘Dat kun jij. Voor mij ben de liefste vrouw op de wereld.’
Toen ik thuiskwam had ik nog steeds dat warme gevoel van binnen.