Lizzie's Verhaal 27

‘Hoi Lizzie, wat zie jij er piekfijn uit!’
Een broodmagere vrouw, vettig lang haar, twee voortanden helemaal zwart, een mager bekkie met diepe lijnen, een groezelige te wijde spijkerbroek en een vormeloos gebreide slobbertrui stond naast de vuilcontainer van het gemeentehuis een ielig sjekkie te roken. Ik herkende haar amper.
‘Lies!’
‘Jij bent een mevrouw geworden!’
Het kwam enigszins spottend uit, maar ook met een ondertoon van jaloezie.
Ik kende Lies van jaren geleden toen we samen overleefden in bushokjes, portieken, en de ondergrondse parkeerplaats, toen we geen cent hadden voor het opvanghuis, aantrokken wat we tegenkwamen, stalen wat los en vast zat, keihard mensen bedrogen omdat we moesten eten en elkaar warm hielden in barre tijden als er sneeuw viel.
‘Vind je?’ Ik keek haar kritisch aan. ‘Ik ben uit dat wereldje ontsnapt, Lies. Ik wil daar niet meer in terechtkomen, bovendien heb ik mijn zoon om voor te zorgen.’
‘Ik heb zoiets gehoord.’ Ze trok hard aan de sigaret. Haar ogen sprongen heen en weer over mijn gestalte alsof ze maar niet geloven kon dat ik nette kleren droeg en de sporen van het zwervend bestaan was kwijtgeraakt. ‘Je ziet er goed uit.’
‘Jij niet, Lies. Jammer dat je nog steeds zo rondloopt!’
‘Jij hebt makkelijk praten,’ zei Lies schel. ‘Bij mij wil niks lukken. En ik zie er ook niet uit!’
‘Je doet er ook geen moeite voor,’ zei ik beschuldigend. ‘Ik herinner me nog dat we samen zaten te kleumen in een bushalte met samen één patatje. Verder hadden we geen geld. Ik heb nog nooit zo’n koude nacht meegemaakt. Daarna had ik een ernstige longontsteking en verloor ik je uit het oog. Denk je nu dat ik dat ooit nog wil meemaken!’
‘Heb je een paar centen voor me?’
Ze kwam vlak voor me staan, de peuk in de mondhoek. Ze stonk naar zweet, sigaretterook en naar ongewassen kleren. ‘Alsjeblief….. Een paar euro maar…’
‘Dan ga je gelijk een stickie halen,’ wist ik. ‘Komt niks van in Lies.’
Ze kwam zo dicht tegen me aan staan dat ze me raakte. ‘Kom nou, ik verrek van de honger!’