Lizzie's Verhaal 26

‘Nou ja!’ zei Daniel verbouwereerd. Ik had hem verteld over de wethouder.
‘Wat vind je ervan?' vroeg ik. Ik had voorgesteld mijn identiteit te onthullen.
‘Wil je dat?’ vroeg hij.
‘Er valt niks te willen,’ antwoordde ik. ‘Anders gaat die bal het doen.’
‘Weet je dat wel zeker?’
‘Nee, natuurlijk niet!’
‘Wacht dan eerst af.’
‘Dan staat het zo dadelijk in de Telegraaf!’
‘En de volgende dag zijn de mensen het vergeten en jij schrijft gewoon je stukje.’
‘Moet ik dan niet vertellen wie ik ben en hoe het zit?’
‘Natuurlijk niet.’
‘En als ze er achterkomen?’
‘Dan komen ze er achter. Dan vinden ze het grappig. Het interesseert lezers toch geen barst als een vrouw over een jong ding schrijft dat interessante dingen meemaakt.’
Daar had ik even niet aan gedacht. ‘Tja.’
‘Als ze het maar leuk vinden.’
Ik moest nog lang aan deze dialoog denken. Toen kwam Jordan de kamer binnen. Het werd tijd dat ik me eens met hem bemoeide. Hij had zijn bloes verkeerd dichtgeknoopt en ik vroeg me af hoe het met tandenpoetsen zat? Hij was verdomd zelfstandig voor zijn leeftijd maar dat was hem ook min of meer afgedwongen, maar als ik kon zette ik de puntjes op de i. Zoals nu bijvoorbeeld. Ik trok hem naar me toe, knuffelde hem en begon met de knoopjes van de bloes.