Lizzie's Verhaal 21

Ik bleef in de deuropening staan en keek naar die zware, logge gestalte die het schijnsel van de lantaarns blokkeerde. Het was griezelig. Ik kon zijn gezicht niet zien. Dat lag in de schaduw. En hij stond daar te nonchalant, alsof hij alle touwtjes in handen had.
‘Ja spel,’ vervolgde de wethouder. ‘Zo noem ik het maar. Het hele leven is een spel. En jij hebt een spelletje met mij gespeeld. Je hebt geluk gehad. Maar nu is het mijn beurt.’
Ik werd ijskoud van binnen. Wat bedoelde die vent? Waar had hij het over? Moest ik de politie bellen? Help, de wethouder bedreigt me!
‘Ik heb eens wat informatie over jou ingewonnen,' vervolgde hij.
Ik verstarde. Wat was hij te weten gekomen?
‘Je bent een goeie journalist weet ik nu. Je bent handig, dat is wel gebleken. Maar er is meer. Ik weet van Daniel Lang dat hij jou nog nooit gezien heeft. Ik herinner me ook nog de fotograaf die je bijna op zijn bek sloeg toen hij een foto wilde maken.’
Er viel een onheilspellende stilte.
Ik probeerde te bedenken wat hij kon weten. Ik probeerde te bedenken wat ik kon zeggen. Waar was mijn scherpe bekkie nu?
‘Wat ik ontdekte overtrof mijn stoutste fantasie,’ zei de wethouder.