Lizzie's Verhaal 15

Het ging nog net goed. Ik kon nog net met m’n scherpe bekkie voorkomen dat ik op de plaat ging: samen met de wethouder! Dus niet! Ik stapte op die fotograaf af, een lange blonde jongen met een knoert van een camera.
‘Je laat het, anders ram ik dat ding door je strot!’
Hij keek me verbluft aan.
‘Je hoort wat ik zeg!’
Die wethouder keek ook al zo.
Mensen op de publieke tribune riepen iets, even leek er een opstand uit te breken, daarna werd alles weer stil.
De blonde jongen zette aarzelend de wethouder op de plaat, die keek chagrijnig en wierp me steeds boze blikken toe. Wat later werd hij flink onder vuur genomen door de commissie. Maar hij had zijn antwoordje klaar. De grond van het park was lang geleden al verkocht. De kerk was een bouwval waar niemand geld in wilde steken. De gemeente had na lang en zorgvuldig beraad toestemming gegeven.
‘Gelul!’ riep iemand op de tribune.
Die stem kreeg bijval. Tientallen mensen wilden allemaal tegelijk iets zeggen. De voorzitter van de commissie dreigde de zaal te laten ontruimen.
Het viel me op dat de wethouder het allemaal stoïcijns onderging. Hij keek een paar keer in mijn richting. Er was niets op zijn gezicht te lezen. Maar ik weet het zeker: ik moet oppassen voor die man.