Leven na de jeugd

Ik weet nog goed dat ik een jaar of zestien geleden op een morgen wakker werd, met mijn handen langs mijn lichaam gleed en tot mijn grote schrik ineens een vol stel borsten ontdekte. Nou weet ik best dat dat niet 'overnight' kan zijn gebeurd, maar in mijn herinnering ging het toch echt zo. Dat ik echt dacht: waar komen die ineens vandaan? Zo'n zelfde openbaring had ik een paar dagen geleden op mijn werk. Ik ging naar het toilet en passeerde daarbij een spiegel. Ik wierp een achteloze blik en mijn adem stokte in mijn keel. Ik zag een rimpel die er naar mijn mening echt de vorige dag nog niet zat. Wat zeg ik, diezelfde morgen was hij me nog niet opgevallen. De sluipschutter in kwestie heeft zich in tweevoud aangediend, want het betreft hier een zogenaamde lachrimpel. De een noemt het 'een prachtig teken van vrolijkheid' de ander 'een charmant natuurverschijnsel '. ik ben ermee behept dus ik noem het een akelig teken aan de wand. Net als zoveel jaar geleden met mijn uit het niets verschenen welvingen zal ik ook met dit euvel moeten dealen. Aangezien niet meer lachen geen optie is voor mij en ik weiger mijn gezicht dicht te plamuren, zal ik hem moeten leren accepteren en misschien mettertijd van hem gaan houden. Dat ik deze lastpak met 'hem' bestempel is overigens geen freudiaanse verspreking.

Dit weekend had ik een verjaardagslunch van een lieve vriendin die eenendertig werd. Zoals ze zelf verkondigde is ze nog maar net over de schok van de grote drie nul heen, dus haar arme rikketik heeft het zwaar te verduren. Het viel me deze keer extra op, dat waar we vroeger roddelden over vriendinnen, praatten over mannen en lachten om gekke gebeurtenissen, we nu de voors en tegens van botox bespraken, mopperden over de crisis en lachten om de capriolen van de gelukkig rustig thuisgelaten koters. Hoe vaak heb ik vroeger niet zo hard gelachen dat ik het in mijn broek deed. Als me dat nu zou gebeuren zou het 'licht urine verlies' worden genoemd volgens de gezellige tena ladies. Als ik er zo eens over nadenk, het verstrijken van de jaren. Dan kan ik daar bij tijd en wijlen behoorlijk melancholisch van worden. Had ik maar wat meer uit het leven gehaald toen er nog volop te halen viel en had ik maar wat meer genoten van het jong zijn zonder steeds gehaast te leven naar het ouder worden.

Een vriendin van mij is nu zesendertig. Na jarenlang proberen zwanger te worden en twee miskramen achter de rug te hebben is het dan eindelijk zover. Het vruchtje heeft de spannende drie maanden overleefd. Ze heeft een vlokkentest ondergaan, omdat dat nou eenmaal hoort als je boven de vijfendertig bent. De schok is uiteraard groot nu blijkt dat het kindje 'iets' mankeert. Wat precies is moelijk te zeggen, maar nu staat ze dus voor de keuze: gevalletje stay or go. De hel waar ze nu doorheen gaat is niet te omschrijven en alleen te bevatten als je in een soortgelijke situatie zit. Ik weet er uiteraard niet het fijne van, maar ik zie wel haar enorme verdriet. Ze wil zo dolgraag een kindje, en als er 'iets' mis mee is zal ze dat met liefde op de koop toe nemen. Aan de andere kant, wat als het kindje komt en zo gehandicapt is dat er geen sprake is van een waardevol leven. Dan zit ze met een kindje waarvan de aanblik haar elke dag zal verscheuren. Waar ze misschien geen enkel contact mee zal krijgen en die ze niet kan opvoeden tot een mooi mens om hem vervolgens los te laten om zijn eigen leven op te bouwen. Het grootste teken van liefde voor je kind is om het los te laten, maar geldt dat ook als het kindje nog niet eens geboren is? Na haar heel lang vastgehouden te hebben en ze haar neus in mijn shirt heeft gesnoten, vraagt ze hoe het met mij gaat. Mijn getob over de verstijkende jaren zijn nu zo onbeduidend klein dat ik haar alleen maar nog dichter tegen me aan kan trekken.

In dit toch al roerige weekend had ik ook het verjaardagsfeestje van mijn prachtige zusje. Ze is eenentwintig geworden en op die leeftijd zijn mijlpalen nog reden om uitgelaten feest te vieren. ik verscheen daar als oudste van het stel, de eigenaar van de kroeg niet meegerekend. Ondanks nog met de verdrietige vriendin in mijn achterhoofd kon ik toch fijn genieten van het heerlijk ongedwongen gekeuvel om mij heen. Nog niet zo heel veel jaren geleden stond ik er precies zo bij en ik spreek mezelf streng toe. Dat ik niet zo moet zeuren om het verstijken der jaren, dat ik blij moet zijn met de jaren die ik heb gehad en nog zal krijgen. Dat ik blij moet zijn met de mensen in mijn leven en het feit dat ik een schitterend lief zusje heb die mij belangrijk genoeg vindt om me aan haar clubgenoten voor te stellen. Trots als een pauw kijk ik het gezelschap nog eens rond. De drank vloeit rijkelijk en de dansende menigte bloost verwachtingsvol van de beloften die het leven dat nog voor ze ligt nog voor hen in petto heeft. Dan vraagt een jongen, net bezig een baardje te kweken om zijn puistjes te verhullen en blijkbaar niet in staat om de aardappel in zijn keel door te slikken of ik soms een clubgenootje ben. Mijn ogen stralen dankbaar en ik sleep hem mee in een weergaloze polonaise terwijl ik hem liefjes toelach. Niet te enthousiast uiteraard, opdat mijn rimpel mij niet zal verraden.