Lenteachtige ondeugd

in de lach
op het terras klinkt
lenteachtige ondeugd
op deze eerste rokjesdag

onwennig bloot
trotseren benen
met uitdagend flair
gepasseerd winters wit

ze blozen niet eens
als hakken blijven steken
tussen de kasseien
waar meeuwen altijd eten

speels waait de wind
verblindt laagstaande zon
de jeugdige parade
met lente als hun gade