Langs de sprookjeskant

haar schalkse ogen
dwaalden steeds vaker
langs de sprookjeskant

ongeziene feeën en
kabouters liepen daar
gewoon hand in hand

in een overkoepelende
dimensie scheen de
zon zijn twee halo’s

er waren mensen
maar hun aanwezigheid
was op gasten niveau

zij domineerden niet
maar schouwden toe met
bewondering hoe alles ging

leken passanten in
een wereld die samenzijn
eerden als hoogste goed

waar de scherpe hoek
was weggesleten want warm
en vriendelijk sneed geen pijn

jouw ogen hebben dat
bekeken en voelden de heerlijke
harmonie om zo te mogen leven