Lachte zacht mijn naam

je schurkte tegen mij aan
lachte zacht mijn naam
vingers speelden hun spel in
het omstrengelen van hemel en hel

ik volgde je ogen
maar jij dook steeds weg
niet in ontwijken maar
juist door mij te doen kijken

jouw blik ging
van binnen naar buiten
verder dan ruiten en horizon
raakte een weids perspectief

ik had je zo eindeloos lief
ging blind met je mee tot
ik je verloor en verdwaalde
zocht naar jouw tekens en talen

jij was te groot om mijn
maatje te zijn dat deed pijn
wat wij hadden ben ik nu kwijt
rest een onvoltooide verleden tijd