Kweddeljas

Er worden verbouwingswerken uitgevoerd op zolder van een leegstaand huis. Terwijl de aannemer met de architect het dakgebinte onderzoekt neus ik rond tussen het puin op de versleten verdiepingsvloer. Niet ver vandaan bevind zich de spoorweg waar ik als kind speelde.
Kom eens kijken, roept de architect.
Ik neem een assistente langs de ladder mee. Eens boven blijken mijn nieuwe schoenen versleten te zijn. De zolen zitten helemaal los.
Is hier een schoenmaker in de buurt, vraag ik aan de aannemer.
Neen, maar als je het dakgebinte mee bekijkt krijg je van mij meteen een nieuw paar.
Hoeft niet, ik bind de zolen met een touw aan mijn voeten.
Uit het dak dwarrelen strohalmen en stof in men ogen. De assistente schreeuwt om hulp vanuit het stofgordijn. De architect lacht en zingt. Ik schuif met een stroschoof naar beneden. Mijn lederen jas die daar aan een kapstok hing is verdwenen.
Er is een balie met twee net geklede vrouwen. Had ik eerder niet opgemerkt.
We hebben die jas met spullenhulp meegegeven, zegt een van hen. Was die van jou?
Jawel, en mijn schoenen zijn helemaal versleten. Zie je dat niet?
Ondertussen viel de assistente naar beneden. Tot mijn verbazing had ze zich niet bezeerd en was ze weer proper.
We zullen een verantwoordelijke contacteren. Morgen bezorgen we je jas.
Ik mocht voorlopig kiezen in een assortiment van rondslingerende jassen maar dat waren kweddels veel te klein. Gelukkig hadden ze mijn portefeuile bijgehouden. Zo kon ik nog naar huis met vastgebonden zolen en een kweddeljas.