Kruispunt

Agnost ben ik, maar dat is vooral een strijdkreet die
ik aanhef als mensen opdringerig zijn en willen weten
of ik nog geloof. Ik geloof dat ik ongeneeslijk religieus
ben en daarom begeef ik me een enkele keer toch maar
weer ter kerke. Niet om een fonkelende preek te horen
die toch immer uitblijft maar om simpelweg in de
bank te zitten en geroerd te worden door de optocht
van priester, akoliet en misdienaars. Die introitus
raakt mij, de lezingen raken mij ook. Ik wil eigenlijk niks,
ik wil er zijn, ik wil horen, ik wil niet definitief
de band doorsnijden met de traditie. Ik luister, ik ben
een vreemdeling en bijwoner in de Coelikerk, gewijd aan
O.L.Vrouwe Onbevlekt Ontvangen.

Ik ga niet ter communie want ik weet mij als kind
van de reformatie niet officieel welkom. Voor minder
doe ik het niet en verder zit ik daar maar wat en geniet
van het gregoriaans hoe bibberig ook gezongen. Ik zit
daar en ben en voel me misplaatst en kijk maar wat rond
en denk opeens aan de heilig verklaarde pastoor van Ars.

Die zag elke dag een boer binnenkomen die achterin ging
zitten en ook maar wat keek en nooit zijn lippen bewoog.
Ter communie ging hij niet en na de dienst was hij doorgaans
schielijk vertrokken. De pastoor sprak hem eens aan
op zijn gedrag en de man zei:
"Je l'avise et Il m'avise ".
"Ik kijk hem aan en Hij kijkt mij aan."
Meer had hij niet nodig.

eens was hij
het kruispunt van blikken
de opgaande zon
nu een sliertje licht nog maar
in de avond boven zee