Kreukel: De leren docent

(Kronkel verandert in Kreukel; uit eerbied voor Simon)

De leerlingen zaten wat te praten, te wachten tot de leraar binnen zou komen. De docent wiskunde en informatica liep het klaslokaal in.
Hij ging achter zijn lessenaar zitten en zei: “Jullie mogen even vijf minuten lachen.”
De klas bulderde van het lachen, en sommigen kwamen niet meer bij.
“Ok, nu is 't genoeg.” zei hij tegen de groep. “Jullie zullen je wel afvragen waarom ik er zo uit zie.”
Enkele leerlingen begonnen weer met gniffelen. Dat was ook niet zo gek.
De docent had altijd spijkerbroeken en spijkerjacks gedragen, lang sluikhaar, en een snor met sik, en versleten gympen. Nu was hij keurig geschoren, kort geknipt haar met gel er in, een glimmende leren broek en jasje, en cowboy laarzen. Hij was zichtbaar in een midlifecrisis.
“Nou,” ging hij verder. “Zoals jullie weten, heb ik sinds een aantal maanden een vriendin, en dit weekend moest ik er aan geloven. Ik moest van haar naar de kapper en andere kleren kopen. Vandaar dat ik er zo uit zie.”
Hij zette zijn tas op het bureau en pakte wat boeken en blaadjes er uit. “Goed, laten we beginnen met de les. We gaan vandaag beginnen met de Fourier transformatie.”
De docent begon een heel verhaal te vertellen over de wetenschapper Fourier en wat hij allemaal ontdekt en bedacht had. Inmiddels was het al halverwege de les.
Toen zei hij: ”Jullie zijn altijd gewend om te werken met een functie f of g. Je weet wel: een functie van x, dat schrijf je dan f(x) of g(x). Bij Fourier doe je dat meestal met een hoofdletter 'K'.”
Hij schreef deze letter op het bord, een beetje aan de grote kant.
“Een Fouriertransformatie kun je goed gebruiken om bij een elektrisch signaal frequentie om te zetten in een signaalsterkte en andersom. De signaalsterkte heet dan 'u' en de tijd heet dan 't'.”
Hij wilde verder schrijven maar het krijtje viel uit zijn hand op de grond. De docent pakte het krijtje op en moest daarvoor diep buigen. Een lichtblauwe string was zichtbaar. Donkere bilharen waren ook te zien.
Een van de meisjes zei duidelijk hoorbaar: “Ieouw”, als uitroep van afschuw.
De leraar deed net alsof hij het niet hoorde en ging gewoon door met het schrijven van de letters op het bord en zei: “De functie K is dan afhankelijk van signaalsterkte u en van de tijd t.”
De klas begon weer uitbundig te lachen. De docent had geen idee waarom er gelachen werd.
Toen hij wat meer afstand nam van het bord zag hij heel groot op het bord staan:
K ( u, t ).
De docent schaamde zich kapot en kreeg een rood hoofd. Hij snelde naar het bord en veegde alles uit. “Ik snap dat je sommige dingen niet zo moet opschrijven.”
Boos ronde hij de les af: “Ik wil dat jullie voor de volgende keer hoofdstuk 2 bestuderen, en dan is nu de les over. Jullie kunnen gaan.”
De leerlingen keken enigszins verbaasd. Ze vonden het wel prima dat ze vrij hadden.
De docent zat dan nu wel keurig strak in het pak maar hij moest nog veel leren.