Knoppen Frits
3269370924_0e159b258b.jpg

‘Zeg, hoe heet jij eigenlijk van je achternaam?’ vraagt Gert me vanachter uit de auto.
We zijn met z’n drieën op weg naar Den Haag voor een concert van 16 Horsepower.
Gert ken ik net een paar weken. Hij vervangt onze drummer, die geblesseerd is.
‘Hartgers,’ zeg ik.
‘Ken jij ook een Frits Hartgers?’
Ik knik. ‘Da’s m’n broertje! Hoezo, ken je die dan?’
Gert gniffelt.
‘Vertel op!’ dring ik aan.
Ik ruik een verhaal.
Gert begint: ‘Een jaar of wat geleden speelde ik in een bandje dat No Reason heette. Jeroen en Danieck zaten daar ook in.’
Jeroen en Danieck ken ik, maar wat heeft dat met m’n broer te maken?
‘Frits was een tijdje onze knoppenman.’
Er gaat me een lichtje op.
In de tijd dat ik nog voornamelijk op de zolderkamer speelde en geen idee had hoe ik in het muziekwereldje verzeild kon raken kwam Frits op een dag thuis met de mededeling dat hij knoppenman geworden was bij een bandje.
Ik wilde er meteen alles van weten. Wat was dat voor een band? Hoe heetten de muzikanten? Ongetwijfeld heeft hij me dat allemaal verteld, maar zoiets vergeet je weer. Ik nam me voor een keer naar een optreden van ze te gaan kijken. Wie weet had ik mijn ingang in de popmuziek gevonden…
Toen ik Frits een paar weken later vroeg naar de band haalde hij zijn schouders op: ‘Ik ben ermee gestopt.’
Daarmee was de kous af, en nu – meer dan tien jaar later – dook het ineens weer op.
‘Dat weet ik nog!’ zeg ik, ‘Het heeft maar heel even geduurd. Waarom eigenlijk? Daar deed Frits destijds wat vaag over.’
Weer gniffelt Gert: ‘Ja, dat kan ik me indenken!’
‘Kom op, vertel!’
‘Voor ons eerste echte optreden waren we allemaal strontzenuwachtig. We waren de halve middag bezig geweest met het instellen van het geluid met Frits achter de mengtafel. Toen het eindelijk naar ons zin was stak Danieck zijn duim op naar Frits en zei: ‘OK! Zo is het goed. Niets meer aan doen.’
Frits legde zijn handen op het mengpaneel en terwijl hij luid ‘Koffie!’ riep schoof hij met één soepele beweging alle moeizaam ingestelde schuiven dicht!’
Er stijgt een luid gelach op in de auto.
‘Lachen, dat jij zijn broer bent!’ zegt Gert.

In Den Haag betreden we ‘Het paard van Troje’, de zaal waar het optreden plaats gaat vinden. Vanwege het rookverbod is er in de hal een rookhok gebouwd met glazen wanden. Gert gaat er naar binnen om er eentje op te steken. Jeroen zit er al. Die moet als het goed is Frits dus ook kennen. Het is vrijwel zeker dat Gert Jeroen gaat vertellen dat Frits mijn broer is. Ik houd ze scherp in de gaten.
En ja hoor! Jeroen maakt een gebaar alsof hij de schuiven van een mengpaneel dichtschuift en je hoeft geen ervaren liplezer te zijn om te zien dat hij er luid: Koffie!’ bij roept.

De volgende morgen stuur ik Frits een sms-je: ‘Je moet de groeten hebben van Jeroen & Gert.’ Ik ben benieuwd of hij wil happen.
Een kwartier later gaat de telefoon. Het is Frits.
‘Je moet me even helpen,’ zegt hij, ‘wie zijn Jeroen en Gert? Ken ik die van de camping?’
‘Nee, van No reason,’ zeg ik.
No reason?’
‘Ja, van dat bandje waar je ooit geluidsman geweest bent. Weet je dat niet meer?’
Frits denkt even na: ‘Ja! Hoe ken jij die dan?’
‘Gert vervangt onze geblesseerde drummer en Jeroen is de zanger van een bevriende band.’
‘Grappig,’ zegt Frits.
Nu moet ik even voorzichtig zijn…
Ervoor zorg dragend zo neutraal mogelijk te klinken vraag ik: ‘Waarom ben je destijds eigenlijk gestopt als geluidsman?’
‘Euhm…. Tja…’ klinkt het aarzelende antwoord, ‘Ach, er was altijd gezeik. De gitarist vond dat-ie altijd te zacht stond…’
‘Danieck?’ vraag ik.
‘Ken je die óók al? Ja, Danieck. Ach, gezeur. Het lag niet aan mij. Ik deed het erg goed, maar ik was het gezeik zat. Bovendien, elke zaterdagavond bezet, dat beviel me ook niet. Maar ik had er duidelijk aanleg voor.’
‘Nou,’ zeg ik, ‘dat is niet wat ik gehoord heb.’
Na een korte pauze zegt Frits enigszins verdedigend: ‘Hoezo?’
Ik vertel het verhaal van de schuiven en de koffie. ‘Erg goed verhaal,’ voeg ik er aan toe.
Mijn broer zwijgt een poosje en zegt dan kortaf: ‘Dat herinner ik me niet.’
‘Maakt niet uit,’ zeg ik, ‘zal ik de groeten terugdoen?’
‘Euhm… ja… doe maar.’
Soms ben ik een rotzak….