Bij de Trappistinnen

Kloosterweekend 8-10 mei 2009

half vijf in de nacht:
in Brecht zingen de zusters
tegen demonen

Van de elf deelnemers was zeker de helft daar aanwezig, voor één keertje dan.
"Wel zevenmaal daags zál ik u lóven" staat er in psalm 119. Dat doen de Trappistinnen
en dat is indrukwekkend en vermoeiend voor voorbijgangers zoals wij, tien vrouwen en één
man. De zusters zitten in twee groepen tegenover elkaar en zingen in beurtzang vooral psalmen.
Sommigen van ons hadden moeite met sommige teksten, maar die stammen dan ook uit een
cultuur van meer dan tweeduizend jaar geleden. Psalmen zijn niet soft. Meezingen, mits ingetogen,
mag. Ik luisterde enkel, uit consideratie met omstanders, maar stond wel steeds op en boog 45 graden
bij de lofprijzing aan het eind van elke psalm: "Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest."
Er is meer beweging dan bij ons in zo'n getijdedienst. Goed tegen stramme knieën en hardnekkigheid.

Indruk maakte op mij met name ook onze gastenzuster Johanna. Ze moest heel hard werken,
maar straalde meestal toch. In een kringgesprek kwamen onder andere de drie geloften aan
de orde: stabiliteit (blijven in het klooster), celibaat en gehoorzaamheid ( aan de abdis).
De abdis draagt je taken op. Je moet namelijk wel degelijk werken voor de kost. In Brecht
betekent dat bijvoorbeeld lindebloesems drogen voor thee of zeep maken en badschuim,
van het merk Trapp. Of zorgen voor het natje en droogje van de gasten. Hooguit kan je
weigeren voor een taak dakenonderhoud als je hoogtevrees hebt. De zusters maaien het
gras, hanteren boormachines, leggen electriciteit aan, calligraferen. Wat men zelf kan doen,
doet men zelf. De abdis regeert. Ik zei tegen haar: "Ze houdt toch rekening met jullie
talenten? Ik kan me niet voorstellen dat de abdis iemand die heel schuchter is, vraagt om
gastenzuster te worden." Zuster Johanna lachte toen en zei: "Ik was toen zij het vroeg
heel schuchter…" Autocratisch leidinggeven kan dus goed uitpakken… En schuchter was
de gastenzuster echt niet meer. Na bij het afscheid iedereen gekust te hebben, kwam ze
op mij af. Ik vroeg nog haastig of het wel mocht van de regel, kreeg geen antwoord maar
wel een drievoudige kus die opmonterend werkte.

Het eten was sober, maar niet onsmakelijk en werd in noodzakelijke hoeveelheden opgediend.
Zwijgen was geboden… Enkel bij de middagmaaltijd mocht gesproken worden. Een heilzame oefening.
Het gesprek vlotte ook bij het middagmaal omdat voor iedereen dan minstens één flesje trappistenbier
uit Westmalle gereed stond. Met het laagste alcoholpercentage.

Een vol programma was het wel, al met al. Maar we hebben gewandeld, er was onder leiding van dominee
Ellis een loopmeditatie en een zitmeditatie. Die laatste woonde ik bij. Een snufje Zen, snufjes stilte,
lichtjes en teksten uit de heilige schrift. Uit het Oosten stamt het visualiseren van je lichaam,
van top tot teen. Als je niet kunt aarden, kun je ook niet hemelen, maar misschien is aarden
een vorm van hemelen…

Dit waren wat impressies, maar de meeste indruk maakte al met al op mij de eredienst.
Getijden zoals de lauden, de vespers, de completen (dagsluiting). Gregoriaans raakt mij ook
altijd. Eentonig misschien, maar rustgevend. Teksten dringen door de vele stiltes beter door.
De eucharistie is ook indrukwekkend. In een kring staan met de zusters. Je welkom voelen.
De kerk stamt uit de jaren vijftig maar is nog geheel in de Cisterciënzer traditie gebouwd.
Sober, zoals Bernard van Clairvaux wilde, met maar twee beelden: Jezus aan het kruis en Maria
met kind. Het altaar echter is van kostelijk marmer en het tabernakel, kastje voor de overgebleven
hosties, is een groot stuk bergkristal waar binnenvallend licht op breekt.
De preek miste protestantse dramatiek en was weinig of niet moraliserend. Men overweegt, tot in
de eeuwen der eeuwen.

Het goede van zo'n kloosterweekend is dat je kennismaakt met de katholieke traditie die breder is
en rijker dan de onze. Het goede vooral is: een uitje in alle opzichten. Je stapt uit je eigen
routine in een andere. Je wordt tot stilte gebracht, je ondergaat contrastwerking.

Wat je niet kan meemaken ( voor mij bijvoorbeeld de betrekkingen met "de grote baas" in Rome en
de Mariadevotie ) is niet echt van belang. De stilte, die is rijk aan belang. Je kan daar zitten
en horen. Niets hoeft eigenlijk. Je kan je openen of geopend worden en horen.

Uit stilte komt zijn woord voort.*

Abel Staring

………………………………………………
*Ignatius van Antiochië in een brief

Site Abdij: http://www.abdijnazareth.be/