Kabouters werken hard (1)

(deel van de Schaduw van de Toekomst)

Toon gaf aan dat het nog een eind lopen was. Dit keer moesten ze ploegen, koren dorsen en zakken sjouwen. Tolecnal vond het prettig dat ze op de akkers konden werken. Hij genoot er van als de boer een paard en een ploeg achterliet op het veld. Dan konden ze aan de slag. Meestal kregen ze 's middags een pan eten en wat pijptabak voor Toon.
Overal uit de bossen kwamen kabouters tevoorschijn. Het waren er veel, misschien wel honderd. Deze klus zou zo geklaard kunnen worden.
Soms dachten de boeren dat kabouters konden toveren omdat ze zo snel zo veel werk konden verzetten. Dat was natuurlijk onzin. Kabouters waren doorzetters en ze deden het werk meestal met zeer velen tegelijkertijd. Een aantal kabouters stond altijd op de uitkijk, dat de landbouwers hun niet zouden zien. Ze wilden niet gezien of bespioneerd worden. Sommigen vonden zichzelf te lelijk, en ze waren bang dat dit de mensen zou afschrikken.
Als de boeren erg tevreden waren over hun werk, dan kregen ze wat extra’s. De ene keer was dat kleding. De andere keer kregen ze melk en boter, of peren met broodpap. Bij hoge uitzondering kregen ze een stuk vlees, als de boer geslacht had. De kabouters waren heel zuinig op vlees. Daar deden ze heel lang mee, zo lang als ze konden.
De meeste kabouters waren en bleven arm. Dat vonden ze niet erg, als ze maar voldoende te eten en een warme hut hadden.

Toon hoorde het volgende gesprek tussen twee kabouters, die aan het bekvechten waren.
"Jullie blijven altijd arm. Het schiet niet op bij jullie, sullige kleine mensjes. Ik krijg tenminste goudstukken voor mijn werk."
"Ja, Mobile, jij wel. Maar jij zit de hele tijd met je dikke kont angstvallig op jouw schat."
"Ah, kom op, Olave, je bent gewoon jaloers dat ik wel spulletjes kan kopen in de stad."
"Mobile, doe even normaal zeg. Die rommel die jij koopt. Daar zit ik op te wachten. In plaats van lekker vers fruit of vlees te kopen. Jij wordt er alleen maar doodongelukkig van."
"Doodongelukkig. Ik ongelukkig? Ik ben de gelukkigste mens van de aarde!", zei Olave met nadruk.
"Nou, dat zie ik helemaal niet. Ik zie alleen iemand die steeds wantrouwiger wordt. Je ontvangt bijna niemand meer. Je doet niet eens meer mee met de wedstrijd pijproken.", probeerde Mobile nog een keer. Hij realiseerde zich wel dat Olave zich steeds verder isoleerde.
"Kom op, joh, we worden het toch niet eens. Laten we maar gewoon aan het werk gaan."
De twee gingen weer aan de slag.
Tolecnal, die inmiddels net zo groot was als Toon, ging ook aan de slag. Hij mocht meestal op de ploeg staan, terwijl Toon het paard aanspoorde. Alle kabouters waren nu aan het werk op de akkers. Het was een gezellige boel. Als ze rust namen, stopte Toon zijn pijp met tabak, en trok hij er wat nonchalant aan.
Tolecnal griste de pijp uit Toons mond en lurkte een beetje aan de pijp. Hij vond het altijd wel heel smerig.
“Je krijgt er een leren tong van, je bent nog te jong,” zei Toon.
"Hoe kun je nou een tong van leer krijgen?" vroeg Tolecnal, en hij probeerde triomfantelijk kringetjes de lucht in te blazen. "Ja hoor, te jong. Oom, ik ben bijna groter dan u. U bent echt een dwerg." Tolecnal wist dat Toon dat niet leuk vond.
"Als dat zo is, moet je weg uit het dorp. Dat gaat opvallen. Iedereen zal vragen gaan stellen." redeneerde Toon door. Tolecnal kon niet precies de gevolgen overzien.
Ze gingen weer verder met het zware werk op het land.
Iedereen was aan het zingen tijdens het werk. Ze zongen meestal werkliederen. Een ervan was de volgende.

(wordt vervolgd)

zie ook [http://www.frommels]

Eerdere delen van 'De schaduw van de toekomst'.
1. Ten tijde van de koning [http://schrijven.wikidot.com/ten-tijde-van-de-koning]
2. De koning is dood [http://schrijven.wikidot.com/de-koning-is-dood]
….. en [http://schrijven.wikidot.com/de-koning-is-dood-2]
3. De jongeling [http://schrijven.wikidot.com/de-jongeling]
….. en [http://schrijven.wikidot.com/de-jongeling-2]