Je laatste zin

Dit is een verhaal die ik ooit eens voor een amateur wedstrijd heb geschreven. Ik ben benieuwd wat jullie er van vinden en ik hoop dat jullie ideeën hebben hoe ik het kan verbeteren. Liefs,

Je laatste zin

Het is een dag waarop je enkel vrolijk kon zijn. De zon schijnt de vogels fluiten en de lucht is een helder, lichtblauwe wolken loze massa. Mensen zijn aan het wandelen en fietsen in groepjes langs de plaats waar een meisje zit. Een jong meisje die dromerig met een verdrietig gezicht voor zich uit staart. Ze plukt aan het gras en lijkt zich niet bewust van de mensen om haar heen. Het weer lijkt haar niet te beïnvloeden zoals het doet bij de andere mensen.

Waarom doet dat het niet? Vraag ik me af terwijl ik me besef dat ik dat zelf ben. Ik ben een schim van wat ik ooit ben geweest. Vroeger was ik een spontaan en open meisje ik had schitterende bruine ogen, glanzend haar en bijna altijd een lach op mijn gezicht. Dat is verleden tijd, mijn ogen zijn als zwarte gaten, mijn haar is dof en de glimlach is bijna nooit meer te zien.

Het ging allemaal automatisch, het lot speelde zijn rol en het gebeurde zoals niemand had kunnen voorzien. Het is een automatisme dat men de vervelende dingen proberen te vergeten, het verdringen en verder gaan zoals alles was. Alleen ik ben niet automatisch, ik kan het verdriet diep in me niet verdringen. Ik vecht er tegen maar het overwint mij zoals het niet bij anderen doet. De tranen die ik in stilte laat lopen nemen de pijn niet weg en vullen zich eindeloos aan.

De laatste zin die je tegen me zei was: ‘vergeet me niet.’. Dat kan ik dus ook niet, al zou ik dat willen. Ik moet verder gaan, maar dat lukt niet met jou in mijn achter hoofd. Je blijft daar rond zwerven alsof je op me staat te wachten, staat te wachten totdat ik naar je toe kom.


‘Omschrijf je zelf eens in een paar woorden?’ vraag je terwijl je naar me kijkt. Ik denk na en weet niet precies wat ik moet antwoorden.
‘Ik ben een meisje die niet zo veel nodig heeft om gelukkig te zijn.’ antwoord ik dan, dit klopt eigenlijk ook wel. Ik ben gelukkig met het leven dat ik heb. Het is erg simpel, vader, moeder, zusje een huis en de liefste vriendin die ik ooit heb gehad. Ik kom er straight away voor uit dat ik op meisjes val en dat maakt me niet uit. Want als ik dat niet had gedaan was jij mijn vriendin niet geworden.
‘Omschrijf jij jezelf eens?’ vraag ik. Ik zie je kijken terwijl ik merk dat je twijfelt of je eerlijk zou zijn of niet.
‘Ik ben een meisje die lief heeft terwijl er op jou na niemand is die haar lief heeft.’ ik kijk haar verbaasd aan.
‘Dat is niet waar, je bent de liefste en ik ben echt niet de enige die van je houd. Denk eens aan je ouders en je zusje die houden ook van je.’ zeg ik terwijl ik naar haar toe schuifel.
‘Lieg niet Rose, je ziet zelf ook wel hoe ze me haten.’ zegt ze terwijl het tot me door dringt dat ze gelijkt heeft terwijl ik dat niet wil accepteren. Ik heb het altijd gezien, maar nooit toegestaan om het zo te interpreteren.

‘Wat heb je gedaan?’ vraag ik terwijl ik kijk naar de schrammen op haar arm. Ze kijkt op om te kijken waar ik het over heb en ik zie schaamte en schuldgevoel in haar ogen verschijnen. ‘Ik begrijp het al, wil je dat alsjeblieft nooit meer doen? Het maakt me bang.’ zeg ik terwijl ik haar recht in de ogen aan kijk. Ze probeert weg te kijken maar ik pak haar gezicht vast en draai deze naar me toe.
‘Vergeet niet dat ik van je hou.’ ik buig me naar haar toe en geef haar een zoen. Ze kust me terug en een poosje zitten we elkaar zoenend en liefkozend te strelen. Dan opeens stop je.
‘Rose, ik ga binnenkort weg.’ zeg je. Ik kijk je verbaasd aan en dan begint het te dagen, het slaat in als een bom en ik voel mijn ogen vochtig worden.
‘Je bedoelt toch niet weg, voor altijd?’

Je staat voor me, je groene ogen gericht op de mijne. Ik voel je wanhoop en zie de tranen glinsteren. We kijken elkaar een poos aan en we nemen elkaar in de armen. Een liefde volle omhelzing terwijl ik je tranen langs mijn wang voel lopen. Ik voel dat je je los maakt en me een kus op mijn mond geeft, ik wil je terug zoenen maar je houd dat tegen.
‘Vergeet me niet Rose.’ zeg je waarna je weg loopt met je haren wapperend in de wind. Ik wil je tegen houden je terug roepen. Beloven dat ik alles zou doen als je maar blijft, maar ik krijg geen woord uit m’n mond en sta daar maar. Bevroren, niet in staat een stap te verzetten. Tranen wellen op en glijden naar beneden, langs mijn wangen en mijn hals.

Ik blijf daar een poos staan terwijl tijd aan me voorbij vliegt. Opeens voel ik mijn mobiel trillen, ik neem hem op en krijg de bevestiging waar ik op zat te wachten. Ik voel een stekende pijn en het overweldigende gevoel van verlies. Je bent weg, voor altijd maar ik zal je niet vergeten want dat heb je gezegd.


‘Vergeet me niet.’ fluister ik tegen jou in mijn hoofd.