Jan Contant & de Tweante Veer
  1. Sony eReader, een must voor iedereen die van lezen houdt: E-Reader bekijken
  2. Lekker online shoppen bij: Neckermann
3421338874_9752a99a2f.jpg

Het leven van een muzikant bestaat voor een heel groot gedeelte uit wachten. Ik had het meermalen gehoord in interviews en gelezen in autobiografieën. Wat ik niet wist is dat het wachten niet enkel voorbehouden is aan gearriveerde muzikanten. In de praktijk blijkt het ook te gelden voor de amateur muzikantjes waar ik er zelf ook eentje van ben.
Wachten, wachten en nog eens wachten.
Gek word je er van. Je wilt spelen, maar er is altijd wel iets waar op gewacht moet worden.
De enorme gaten die vallen worden door de meeste muzikanten gedicht met alcohol.
Geen wonder dat er zoveel zangers en gitaristen aan de drank zijn.
Soms is het verstandig even af te zien van bier, al duurt het wachten nog zo lang.
Zoals vanavond.
Op dit festivalletje speel ik twee keer met mijn eigen band en één keer met een gelegenheidsformatie: Jan Contant en de Tweante Veer waarmee we uitsluitend nummers van Johnny Cash doen. Toen ze me vroegen mee te doen sprong ik een gat in de lucht. Niet alleen is het leuk om eens gevraagd te worden; Johnny Cash is één van mijn muzikale helden en dat ene nummertje dat ik met Endangered Species van ‘m speel smaakt wat mij betreft naar meer.
Hoe bedrieglijk simpel de muziek van Cash is bleek de afgelopen weken tijdens de repetities. Met name mijn keuze om een gedeelte van de nummers op mandoline te spelen stelde me voor een uitdaging. Heel erg goed beheers ik de mandoline niet en de toonsoorten waarin Johnny zijn liedje in speelt zijn niet de meest voor de hand liggende.
Het lijkt me daarom verstandig vanavond mijn drankgebruik te beperken. Had ik enkel met mijn eigen bandje gespeeld – met repertoire dat er goed inzit – dan had ik het er op durven gokken, maar ik wil het eerste en enige optreden van Jan Contant en de Tweante Veer niet met een zatte kop verstieren.

Vanwege de eerste set met Endangered Species ben ik vanavond al rond half zeven aanwezig.
Om half acht treden we aan, doen vier nummers in 15 minuten (dat heb je met sixtiespop) en dan kan het eindeloze wachten beginnen.
Ik neem een biertje, dat moet kunnen, als ik maar rustig aan doe.
Dan zie ik Manus de gitarist van Jan Contant en de Tweante Veer binnenkomen.
´Heej Manus!´ Hij draagt een zwarte broek, een wit overhemd, een zwart jasje en een zwarte hoed. Hij ziet er een beetje uit als de ouderling van een Amerikaanse kerk op zondagmorgen.
´Wat heb ie veur ’n pak bie oe?’ vraagt hij me.
‘Euh, niks, wat ik aan heb.’ Een zwarte broek en een zwart T-shirt. ´Man in black, toch?’
‘Joa, Siegert wel; Jan Contant, wie bunt de Tweante Veer, die mut ‘n houthakkersbloes an of zo’n karkpakkie as ikke.’
‘Je zult ’t er mee moeten doen,’ zeg ik.
Manus knikt. Is ook goed. Manus doet nooit moeilijk.
‘Hoe laat moeten we spelen?’
Hij haalt zijn schouders op.
Van de bassist Wouter word ik ietsje wijzer: laat! Elke band mag vier nummers doen en dan eventueel later op de avond nog eens vier. Jan Contant en de Tweante Veer doen ze alle acht achter elkaar, maar dan wel als voorlaatste band van vanavond, of liever van vannacht.
Voorlopig staan we gepland voor half één, maar dat we uit gaan lopen lijkt onvermijdelijk.
Ik neem nog een biertje.
Om half elf speel ik een tweede set met Endangered Species en daarna slaat de verveling in alle hevigheid toe. Natuurlijk zijn de andere bandjes die vanavond spelen leuk om te horen, maar mijn gedachten worden beheerst door akkoordenschemaatjes en vingerzettingen en mijn lichaam begint te protesteren. Rondhangen is de pest voor je rug…
Het duurt allemaal zo láááng…
Ik klamp iedereen die me ook maar vaag bekend voorkomt aan om een praatje mee te maken, maar dat gaat door het volume van de spelende bands niet al te soepel.
Nog maar een biertje dan?
Het wordt – houd ik me voor – vanzelf half één, gewoon het verstand op nul en de blik op oneindig.
En inderdaad, maar om half één mogen we nóg het podium niet op. Het programma is minstens een uur uitgelopen. Ik reken uit hoeveel uur ik hier al rondhang.
Ondertussen zie ik Manus goedgemutst de ene beugel na de andere naar binnen slaan. Ik ga even met ‘m praten om zijn toestand te checken.
Valt mee. Hij kan blijkbaar veel bier hebben.
Anderhalf uur later, rond tweeën is het dan eindelijk zover. We beklimmen het podium. Mijn medemuzikanten zien er redelijk ontspannen uit, dat is ook altijd maar afwachten. Als je niet gewend bent om op een podium te staan kun je volledig dichtklappen. Arjan de drummer en de organisator van dit festival kondigt ons aan en kruipt vervolgens achter de drumkit. Ik kijk de zaal in. Allemaal dronken koppen. Dat is een goed teken! Al te kritisch zal het publiek in deze toestand niet zijn.
Arjan tikt af en daar gaan we.
Boemtsjakkeboemtsjakkeboemtsjakkeboemtsjakke.
Waar blijft dat intro van Manus? Manus zelf staat er lachend bij. Ik begin maar te spelen. Gelukkig pikt Siegert het op en begint te zingen. Er stijgt een oorverdovend gejuich op uit de kroeg. Het lijkt wel of we in Folsom Prison zélf staan!
Tijdens het tweede nummer zie ik dat Siegert een strobaal vanuit de coulissen tevoorschijn tovert. Hij is bezig die uit elkaar te trekken en ‘m gelijkmatig over het publiek te verdelen. Er staan vooraan een stel dronken dropjes met hun glazen halfvol bier en halfvol stro. Het werkt bevorderend op de feestvreugde.
Ook op het podium is het feest. Helemaal vlekkeloos verloopt het niet, maar de band blijft overeind en wat we aan techniek ontberen maken we goed met enthousiasme. In de zaal heeft niemand in de gaten dat de intro’s twee, drie keer zolang duren als afgesproken is omdat de karakteristieke gitaarloopjes uitblijven. Wat is er met Manus aan de hand?
Het maakt allemaal niet uit.
Tijdens de finale pakt Manus zijn trompet voor Ring of fire en het publiek brult oorverdovend hard mee. Na de laatste toon vallen we elkaar in de armen.
Missie geslaagd.
Johhny Cash geland in Enschede!

Terwijl ik mijn instrumenten in sta te pakken merk ik pas hoe kapot ik ben, maar het was wachten meer dan waard! Ik vond ‘t – ondanks alle tekortkomingen – geweldig.
Als ik van het podium afstap waggelt Manus me bijna ondersteboven.
‘Heej Manus! Wat vond je d’r van?’
Manus loenst me aan, hij is duidelijk onder de indruk van de drank, maar dat had ik al gehoord daarnet.
‘Machtig mooi optreden…’
Hij aarzelt even en zoekt houvast bij de deurpost
‘…allenig kwam ‘t nét drie beugels te loat…‘