In vallende vloed

wij wisselden
schaduw en licht
in doen en laten
een tweeling
jij en ik

jouw lach
sprankelde hoger
mijn tonen klonken
vaak lager in
samen praten

de uiterlijkheden
waren niet congruent
zij een heerlijke griet
en ik tenslotte
ach een aardige vent

maar in ons
liefdesland was het
zelden hand in hand
altijd lokte zee en onder
geweldige wolken de verte

nog weerkaatst
in het grijsblauw
van je ogen stilte
die golven en zand in
vallende vloed gedogen