In spiralend zand

voorbij het schaduwrijke loof
van eeuwenoude eiken
zindert zomerse hitte over
geelkleurende korenvelden
naar kerktorens in het verre land

stilte markeert de vlucht
van een spaarzame vogel
die hard schreeuwend de
koelte verlaat geschrokken
door een plots springende haas

wind ruizelt het blad
krijgt houvast in spiralend
zand op het uitgelopen pad
hoosjes dansen in stijgen
als dronken oude wijven

waar klokken het middaguur slaan
rollen hun tonen over warm land
ontwaken mensen uit lome dromen
vouwen handen en danken de heer
voor hun eten en het zomerse weer