In roets en schicht

ik weet het grut
de grijze bolletjes pluis
hoor ze piepen in hun huis

waar het ouderpaar
de bekjes vult van
het jeugdig ongeduld

in roets en schicht
met tomeloze vaart
tot de herrie is bedaard

het wollig spul
op de laatste zonnestraal
in alle rust de nacht ingaat