In kerend tij

ik streek
heel even
tegen de vleug

probeerde
de sporen
nog te wissen

maar mijn
handdruk was
niet te missen

zag wolken
groeien tot
een felle bui

in ogen die
al stormden
in kerend tij

waar ooit
liefde en geluk
balanceerden

brak nu de hel
in wisselend
snel weerlichten

later vonkte
weer je blik
samen jij en ik