In de kist

De wereld is vol kwaad, heeft mijn moeder gezegd. Als ik even in de kamer mag, kan ik soms de hemel zien. Als ik weer in de kist moet zou ik langer willen kijken. Maar dan wordt m'n moeder boos. De wereld is slecht en ik hoor in de kist, zegt ze. En als het deksel op slot gaat weet ik dat het zo is.
Ik krijg elke dag mijn boterhammen en m'n thee. Die geeft m'n moeder door het luik. Dat doet ze open en dan komen haar handen er doorheen met een blaadje waarop alles ligt. Ik neem altijd eerst een slokje thee, want het is droog in de kist en dat eet moeilijk. De thee is zoet. En de boterhammen lust ik wel. Als ik alles op heb zet ik het bordje en het kopje naast me neer. Als het luik weer losgaat geef ik het terug.
Het is hier stil. In de kamer is geen gerucht. Soms hoor ik m'n moeder lopen. Maar meestal is het stil. Dan ga ik fantaseren. Of ik ga dat sprookjesboek weer lezen. Daar ben ik zuinig op. Want meer boeken heb ik niet. Overdag komt er licht door het schuifje. Dan zit ik met m'n rug tegen de wand en geeft het schuifje licht genoeg om te lezen. 's Avonds doet m'n moeder het schuifje dicht en dan moet ik slapen. Soms, als ik wakker wordt, hoor ik in de verte geluid. Ik weet niet wat het is. Soms diep brommen, maar ook andere geluiden. Dan ben ik wel nieuwsgierig. Maar ik vraag het m'n moeder niet. Want dan wordt ze boos en vertelt ze het verhaal dat de wereld slecht is. Als m'n moeder boos is, wordt het donker in de kist. Dat is niet leuk. Dus zeg ik niks. Als ik gewoon doe is het prettig. Dan is het schuifje los en dan kun je goed zien in de kist.
Toch zou ik wel eens willen weten wat wereld is. En ook waarom wereld slecht is. Maar dat is moeilijk. Als ik uit de kist ben en in de kamer melk drink wacht m'n moeder tot het tijd is in de kist te gaan. En als ik dan blij ben dat ik m'n melk gedronken heb en ik dat zeg, dan doet ze soms wel raar.
Dan komen er tranen uit haar ogen. En soms snikt ze ook. Dan trekt ze me tegen zich aan en zegt ze dingen die ik niet begrijp. Dat vasthouden vergeet ik nooit. Dat is het fijnste wat bestaat. Als dan het deksel dicht is, lijkt alles anders. Dan is het licht veranderd. Zoiets maakt me blij. Dan weet ik zeker dat de wereld is zoals m'n moeder zegt. En daarom wacht ik tot ik weer uit de kist mag. Misschien drukt ze me weer tegen haar aan.