Hun schepping voorbij

de beitel spleet
zag scherpte aan
vallende scherven steen

venijnige bassen
zongen in hameren
het donker breken van tijd

hoge tonen
ketsten in lijden
hun schepping voorbij

jij verafgoodde god
in het pogen zijn
volmaaktheid te evenaren

liet eva herrijzen
maar zij was geknakt door
die ene fataal brekende klap