Hun familiegebeuren

ik voelde de muur
rook de binnenplaats
met de geuren van
hun familiegebeuren

stappen zagen hen gaan
in een dierbaar raken
van de aarde naar
vrienden of gindse bazaar

samen hoorden we bomen
dromen in stille hitte
van de dag ondanks de
afstand die er tussen ons was

ik liet het komen
de empathie van het
leven en zijn om mij heen
zo was ik niet alleen

wist dat leven
alles had te geven
maar ontvangen
bleef altijd in gebreken

zij waren mijn wereld
in alles verenigd
zij deelden en ik mocht
in alles met hen bestaan