Huis

Hoe lang is het nu geleden
Dat wij in een blauwe tent
Elkaars familie waren?
Hoezeer ik je adoreerde;
Zo liefhad dat het ontbeerde
En jij mij te nihil vond
Om een persoon te zijn
En ik, in de schaduw van je vacht
Zo bleek, zo stil, vreesde
Dat het blijven zou
Zoals het gebleven is
Het is alsof ik nu nog wacht
Op het moment dat je naar me lacht

Je was zo bang voor mij
Dat je me bang maakte
Tot diep in mijn eigen leven
Die vrees je te kennen
Is gebleven in het onvermogen
Je huis te betreden