hortator

banken glad van pus uit zweren
haren verkleefd in vuil en vet
gezwollen polsen leer omwikkeld
handen trekken, duwen
gewrichten gruwen

bom
bom

gesmolten koper uit de hemelketel
spat op ruggen armen schouders
in een waterwereld zonder water
voeden 't eigen bloed en zweet
laven zweep en drijversritme

bom
bom
beukt op de voorplecht de tongloze
met zijn vuisten het strakke vel
van een felle ongehoorzame
zijn kolossus lijf een spiegel
van olijfolie en afgunst
bom
bom

ogen zwart en onbewogen,
's meesters glazen splinters
onder 's slavens huid glijden
zonder ooit een slag te missen
voorbij grimassen en reling

bom
bom
snelle vlekken op de horizon
wit als pasgewassen lijkwaden
wit als haar van waterwieven
die beneden wachten
op het aangeschakeld vlees
kom
kom

de hortator grijnst, versnelt zijn ritme
smoort de vijand genaamd vrees
met zijn doodsverachtende
bom
bom

©2006rev2009dedeurs