Hooi parfumde

zij bergde
als plattelandse
de wolken voorbij
verschoof met
de wind het
uitzicht naar vrij

runde in blauw
de zeven mijlen
door stralende kou
wist van de sloten
met het duiken
als ultieme stunt

waar zomers
hooi parfumde
warmde mest
de stallen werden
zo slagers hun
speklap gegund

is zij de boerin
met de stadse blik
die het hart aan de
natuur heeft verpand
of deelt zij de schepping
in paradijselijk verband