Holle Bolle Gijs

(aangepaste versie)

“Hé Truus, moet je nou eens horen wat er in de krant staat. Hoor je me?” vroeg Joop.
Joop krabde eens flink in zijn kruis en trok zijn scrotumhuid los van zijn been. Het was zo warm de laatste dagen dat alles bleef plakken. Hij had een wit onderhemd en een ruime onderbroek aan. Hij zat wijdbeens in zijn leren stoel in de woonkamer. Hij woog 220 kilo.
De wasmachine en wasdroger stonden luidruchtig in de bijkeuken te ronken. Het zou kunnen dat zij hem niet hoorde.
“Hé Truus, moet je eens horen?”, riep hij nog een keer.
Truus waggelde van de bijkeuken naar de woonkamer.
Ze stak haar hoofd door de deur van de huiskamer: “Wat zeg je schat?”
“Hier, moet je lezen wat er in de krant staat”, ging hij verder.
Hij zette zijn leesbril op en begon hardop voor te lezen: ‘Een man van 285 kilo die was opgenomen in een ziekenhuis, is daar alsnog overleden omdat familieleden en vrienden stiekem junkfood voor hem meenamen’.
Zij vond alle verhalen van megadikke mensen interessant om te horen. Zelf woog ze maar 200 kilo.
Ze voelde zich een stuk slanker dan Joop. Alle verhalen van mensen die zwaarden waren dan 250 kilo vonden zij samen vermakelijk. Ze konden er samen heerlijk om lachen. Ze voelden zich een stuk lichter.
“Nou ja zeg, wat een raar verhaal”. Truus moest er hard om lachen, ze vond het een belachelijke toestand.
Ze hield zich vast aan de deurpost. Ze had een werkschort voor, en daaronder droeg ze alleen een riante BH met een tent van een onderbroek. Zij moest altijd steun zoeken bij alles wat ze tegenkwam. Ze was te zwaar om zonder steun los te lopen.
Joop las weer verder: ‘Hij smeekte zijn familie om junkfood voor hem mee te brengen, en dat deden ze nog ook. Familieleden en vrienden smokkelden emmers kip en patat het ziekenhuis binnen.”
“Hoe smokkel je dat allemaal mee naar binnen in een ziekenhuis?”, verbaasde zij zich.
“Dat weet ik ook niet schat. Het gaat nog door, luister: ‘Hij heeft zichzelf letterlijk doodgegeten, vertelt een bron rond het ziekenhuis. Hij overleed aan een hartaanval”.
Hij sprak de tekst met zeer veel nadruk uit. Vooral het woord doodgegeten sprak hij zeer luid uit. Hij vond het blijkbaar een opmerkelijk woord: doodgegeten. Hoe kun je jezelf nou doodeten?
Zij deed de benen wat verder uit elkaar om het zuchtje wind langs haar benen te laten strelen. Ze had het zo warm. De zweetdruppels gutsten langs haar kwabben.
Joop beëindigde het verhaal: ‘Tot overmaat van ramp stortte een karretje in, toen het lichaam van de man daarop naar het mortuarium werd vervoerd’.
“Haha”. Zij moest uitbundig lachen. “Ik zie het al voor me. Zo een dikke kerel die door het karretje zakt”.
Hij legde de krant op zijn schoot en deed zijn leesbril af. Hij moest zelf ook ontzettend hard lachen. Hij pakte zijn ontbijtbord van het bijzettafeltje, pakte de grote hamburger ervan af en nam een grote hap. Het vet van het vlees liep langs zijn mond.
Ook hij zag het plastisch voor zich: met een ijzeren verpleegster de dikke man op het karretje tillen, voorzichtig door de ziekenhuisgang rijden, en dan BOEM, de dikzak die op de grond valt.
“Je moet wel zorgvuldig je vrienden kiezen, dat blijkt maar weer. Ze willen je gewoon dood hebben”, grapte zij.
“Het moet ook een flinke la in het mortuarium zijn”, ging hij door.
“Het lijkt erop dat de familie van hem af wilde”, borduurde Truus hier verder op.
“Misschien moeten ze de familie en vrienden aanklagen voor moord!”, verzon zij.
“Van je familie en je vrienden moet je het maar hebben”, sloot hij af.
“'De meeste zelfmoorden gebeuren met mes en vork. Haha”, lachte Hij.
“Hoe zou hij terugkeren bij reïncarnatie? Als Holle Bolle Gijs”, sprak Truus.
En ze bulderden beiden bij het opzeggen van hun favoriete kinderversje:

Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen
Waar die Holle Bolle Gijs op zat?
Hij kon schrokken, grote brokken
Een koe en een kalf en een heel paard half
Een os en een stier en zeven tonnen bier
Een schip vol schapen en een kerk vol rapen
En nog kon Gijs van de honger niet slapen!

“Nee, hij was dood”, proestte hij het uit.
“Eigen schuld, dikke bult”, lachte zij. De tranen biggelden haar over de wangen van het lachen.
De meeste mensen eten, alsof ze zich aan het vetmesten zijn voor de markt.
Geen liefde is oprechter dan de liefde voor eten.
Eerst komt het eten, dan de moraal.

Zie verder: http://www.frommels.nl