Het zout der aarde

ik rook ziltige lucht
proefde het zout der aarde
zag in de duinen
wat verlaten eieren
van vogels op de vlucht

zand knarste
in losse gedachten die
zich niet lieten ordenen
tot een vriendelijk geheel
alles werd me te veel

maar zee spoelde
de bitterheid weg
door monologen
van talloze golven
kwam ik langzaam tot rust

heb het strand gekust
mijn armen huilend gespreid
voelde me eindelijk bevrijd
draaide me om en zag jou
godin in de ondergaande zon