Het vlietende leven

Hard licht vult de hangaar in Villeneuve tot in alle hoeken.
Tussen de winkelenden door loopt een vrouw door Botticelli
zelf zo droef en bleek gebootst. Bij elke stap dansen haar
lokken een dans van kastanje.

Ik laveer mijn kar bij haar in de buurt en even word ik haar
ogen gewaar, wriksels uit de glazen zee. Ik schrik van het
stilgevallen kind geklemd tegen haar borst en van de bolle
bruine beer die grotendeels haar kar vult. Naast haar waakt
haar vriend aandachtig. Schap na schap blijft de wagen leeg.

Na de vakantie zie ik in Katwijk het licht van de uitwateringssluis
knipperen. Het is eb. Rijnlands overtollig water wordt afgevoerd.
Ik zie de stroom gaan, ik zie die droeve vrouw weer lopen.

de ogen open
drijvend op de rug naar zee
pop van celluloid