Het vertegrijs

ik zag het vertegrijs
langzaam witten
lengte krijgen door
hun hoge muts

waar eerst geruis een
mompelend karakter had
kregen klinkers vocaal de
overhand in licht vibreren

het schuifelen had
eindelijk een slepend
gaand ritme gekregen waar
voeten kilometers vreten

hun toortsen waarvan
de vlammen mantra’s
flakkerden in tegenwind
schoven als vurig lint voorbij

af en toe weerkaatsten
blikken een stukje
communicatie flikkerend
in tegenlicht naar mij

nog is de massa anoniem
gebleven verpakt in strakwitte
eenvormigheid hun impact is
afschrikwekkend stil gebleken