Het schizofrene aardt

schimmig knoest
zijn stam en
detoneert de tijd

standvastigheid
beklijft eonenlang
zijn strakke lijf

met voeten in het
zuurstofloze water
werd hij geen prater

hij overleeft waar
dood in gassen borrelt
uit vergane grond

zal zegevieren
als bliksem eindelijk
het schizofrene aardt

de gespletenheid die
hij als god ten dode
opgeschreven nu ervaart