Het duisterde traag

het duisterde traag
subtiel penseelde tijd
meer donkerte in het decor

zette contrasten aan
die normaal de structuur van
bestaan wrijvingsloos aanpasten

de samenpakkende
schaduwen gaven een
koud en onbestendig gevoel

waar vroeger minuscule
stofjes dansten in tevreden
namiddaglicht tochtte het kil

in verlopend samenzijn
sloot ieder steeds meer de grenzen
doodde stilte het al woordloos gesprek

met blikken naar binnen gekeerd
vervaagde het licht in hun zijn
restte leven als donkere schijn