het doodse alledaagse

schat
je moet zo weg
stijf scheer ik
de vleesjes van mijn kin

lieverd
zo heerlijk glad
ze kust me koel
onder mijn kaakscharnier

ik hijs mijn karkas
in een fosforkleurig pak
en rammel naar het wrak
van mijn Cadillac

ze wuift me na
in de zijspiegel zie ik
haar bukken, ze verloor
een vingerkootje

©2005dedeurs