Het doldriest onbesuisde

het water strakte
onder striemende woorden
bevroor tot ijs
voor hen die ze hoorden

scherp spiegelden
sterren de waarheid
in het zwart oppervlak dat
feilloos gerechtigheid zag

waar vergeving
al in rietkragen ruiste
verwarmde zon
het doldriest onbesuisde

brak langzaam het ijs
smolt wrevel en ergernis
in rimpelloos verdwijnen zo
dat hij weer in water kon schijnen