Het boshuis

In het ruisen van de wind hoort men vaak het gefluister van degenen die niet meer zijn. Vaak zwerf ik er als eenzame ziel, omdat de rust mij tegoed komt. vandaag neem ik u mee naar waar enkel verleden leeft. Een rustplaats voor velen, een plaats van leed en verdriet voor anderen.

Ik volg steeds hetzelfde pad. Steentjes knarsen en telkens opnieuw overvalt de rust mij. Eigenlijk voelt het een beetje aan als thuiskomen. Misschien hoor ik hier wel, of misschien hoor ik er wel over te vertellen.

Eén bepaald graf trekt mijn aandacht. Niet alleen vandaag, maar telkens ik hier wandel. De opschriften van het graf zijn zacht door tijd gesleten tot het onleesbare maar het gebroken engeltje laat me weten dat hier een kind rust. Meer bepaald een meisje van ongeveer 5 jaar. Beste lezer geef mij uw hand en laat mij u leiden naar het jaar 1953, het sterfjaar van Saartje Devrieze.

Saartje kwam ter wereld als de dochter van een tienermama. Sanne hield haar zwangerschap zo lang mogelijk verborgen voor haar ouders. Als enige dochter uit een extreem katholiek gezin was de zwangerschap een schande. Van de vader van Saartje kwam ook geen hulp. Haar ouders hadden nooit kunnen vermoeden dat vaders beste vriend zijn handen niet thuis kon houden. De geboorte van het bastaardkind had dan ook zware gevolgen.

Moeder en kind werden verbannen uit het ouderlijk huis. Sanne’s moeder, die heel haar gehuwd leven onderdanig is geweest aan haar strenge echtgenoot, besloot haar enige dochter toch te helpen. Zij mocht haar intrek nemen in het boshuis. Dat was hut helemaal aan het einde van hun gigantisch grote tuin. Veel comfort was er niet, maar het suste haar geweten te weten dat haar dochter en kleindochter een dak boven het hoofd hadden.

Sanne nam dankbaar de resten in ontvangst die haar moeder af en toe bracht. Natuurlijk zonder dat haar vader dit wist. Desondanks leefde ze met Saartje in armoede. Vaak huilde ze om alles wat haar was aangedaan. Maar ze hield zich sterk voor Saartje, die naarmate de jaren verstreken uitgroeide tot een levenslustig onschuldig kind.

De dag van haar vijfde verjaardag was Saartje moe en humeurig. Het kind zag bleek en de donkere kringen onder haar ogen verraadden dat ze ziek was. Sanne dacht dat het kind gewoon moe was, maar ze sliep al zoveel, teveel om gezond te zijn.
Naarmate de dagen verstreken werd Saartje zieker en zieker. Op een stormachtige nacht kreeg ze hoge koorts en Sanne had de middelen niet om een arts te laten komen. Ze vervloekte het veel te vochtige boshuis en dacht dat Saartje een longontsteking had opgelopen. Ze wikkelde het kind in een deken en liep door de duistere nacht richting ouderlijk huis. Ze bonkte op de deur en na enige tijd kwam haar moeder open doen. Ze liet haar huilende dochter binnen. Eén blik op haar kleinkind en ze wist al genoeg. Ze belde onmiddellijk de huisarts.

Terwijl Sanne in de woonkamer haar dochtertje voor het nog knisperend haardvuur neerlegde keek ze even naar de traphal. Haar vader stond in zijn kamerjas het tafereel te aanschouwen, maar maakte geen aanstalten te helpen. Integendeel, hij bekeek zijn dochter minachtend en liep de slaapkamer terug in. Hij had geen dochter meer wat hem betrof, laat staan een kleinkind.

Korte tijd later arriveerde de dokter die het kind grondig onderzocht. Het verdict was duidelijk. De binnenkant van Saartjes mond was bedekt met mazelen. Zij werd door gebrek aan geld ook niet gevaccineerd voor deze ziekte dus was de enige uitweg hopen dat Saartje antivirussen kon aanmaken en zelf genezen. Op dat ogenblik vloog de woedende vader van Sanne de woonkamer binnen. Hij stuurde de dokter naar huis en joeg zijn dochter en kleinkind terug de donkere nacht in. Sanne’s moeder huilde machteloos, maar ondernam niets.

Diezelfde nacht stierf Saartje. Een koortsstuip werd haar fataal. Hoe het verder met Sanne en haar familie afliep weet ik niet. Ik ben er enkel om het verhaal te vertellen van de tragische dood van een jong kind. Wat nu overblijft is het engeltje met gebroken vleugels die biddend neerknielt op het grafje van Saartje, het kindje dat veel te vroeg stierf…

Verhaal uit : Lily May’s kerkhofverhalen.