Indonesië d2 Flat pulau mas (gouden eiland)

H1 Indonesië d2 Flat Pulomas (bijnaam: Pulau Mas/Golden Island).

Na niet al te gek lange tijd, ongeveer een weekje stappen met mijn nieuwe vriend Domingues de taxichauffeur, nam hij mij mee naar zijn gezin. Had deze boef een gezin? Jazeker, en hij had met mij een week lang feest lopen vieren in de meest extreme zin van het woord.

Ik stelde mij voor en schaamde me, des te meer zijn Manadonese vrouw, welke trouwens de mooiste dames zijn in Indonesië want je hebt daar nogal wat verschillende eilanden en rassen, aardig en ontzettend knap en bovenal heel erg lief bleek te zijn. Zij werkte achter de Balie in het Hilton van Jakarta. Ik was weer eens verliefd.
Maar zij was sinds kort in blijde verwachting en nog iets anders wat veel essentiëler is: ik ben geen matennaaier. Hij bleek vlak achter de woonwijk kampong Ambon te wonen waar ik heel erg kort bij mijn vader verbleven had, in Oost Jakarta (Jakart-Timur).
Domingues' woonwijk heette Pulomas wat op het bord was doorgestreept met behulp van een fel lichtgevende verf uit een spuitbus, met daaronder de tekst Pulau Mas, 'Golden Island'. Het geheel bestond uit drieëndertig flatjes die dan ook genummerd waren als belok één, belok twee enzovoort.
Domingues woonde in belok zevenentwintig.
Ik had al iets van mijn vader gehoord over deze buurt en dat was in zijn ogen niet veel goeds, en één van zijn zakenpartners voormalig Generaal van Indonesië en tegenwoordig Politiecommissaris van heel Jakarta met zijn vijfenvijftig miljoen inwoners, wilde het liefst de hele boel plat bombarderen. Zo wat had die man een hekel aan Pulomas. Er bleek voor een voor Islamitische staat (tweeënnegentig procent) geen ruimte te bestaan voor een in hun ogen Sodom en Gomorrah gebied.

Ik had het naar mij zin daar elk flat bleek zijn specialiteiten te bezitten. Er woonde acteurs, actrices, fotografen, fotomodellen, hoeren, flikkers, alles wat met showbis te maken had en vooral heel belangrijk in die dagen pillen en wietdealers. Het was net of ik thuis was maar dan stinkend rijk en alles heel dichtbij de hand behalve de Heroïne en Coke was niet te krijgen en dat was perfect want daar zat ik tenslotte niet om verlegen. Het was daar iedere avond feest bij iemand anders thuis. Ik zei het gelijk. Ik wil hier wonen!
Het duurde dan ook niet lang, een dag en het was geregeld. Ik ging eerst indekos wat in de kost betekende voor omgerekend negen euro per maand tot er een flatje leeg kwam te staan voor dertig euro per maand daar had ik drie kamers en een kleine badkamer voor. Dat wil zeggen één flat tussen blok twintig en de drieëndertig, want ik wilde wel een beetje bij mijn maat in de buurt blijven. Het duurde niet lang voordat ik in blok drieëndertig woonde op mijzelf en ik was ingeburgerd tot een echte bewoner en een lid van de gang, sterker nog Domingues bleek de tussendealer van wiet, waar hij veel respect mee afdwong. En ik was zijn rechterhand wat ging de spullen ook samen met hem inkopen, bij ene waar ik de naam niet van noemen zal maar zijn codenaam was TBN.

Zo waren er iedere avond feesten in flats met veel drank wiet en pillen en orgieën en was het een beetje mat dan gingen we op stap met de oude Chevrolet Cherokee Jeep van een half blinde bestuurde Jaya genaamd. Dat was altijd spannend, vooral 'snachts met die blinde achter het stuur, niemand durfde dan ook naast hem te zitten maar gingen ze allemaal keihard lachend in de laadbak zitten. Ik was bijrijder.

Zo was het elke avond feest op onze parkeerplaats met de jongens en soms meiden maar niet te vaak, want dat hadden de jongens liever niet, want ze gingen wel allemaal vreemd maar allemaal twintig kilometer verderop, dus wilden ze ook geen slapende honden wakker maken. Ik was niet getrouwd had geen vaste vriendin maar wel vijftien en begreep het probleem in het begin dan ook niet. Over honden gesproken, de pillen van het merk bekka waar we iedere avond twee rolletjes van tien tabletten per persoon van opvraten, vijfentwintig ct. per rol, bleek achteraf obat anging gila te zijn, wat pillen tegen hondsdolheid zijn. Na maanden later begreep ik mijn bijnaam De Witte Hond dan ook beter. Ik dacht dat ze dat zeiden omdat ik overal opkroop. Uit jaloezie dus. Maar het moge duidelijk zijn dat als je uit een stad moet vluchten die net zo groot als Zuid-Holland is je het wel erg bont hebt gemaakt.
Domingues was zo niet nog gekker dan mij en had inmiddels ook zijn baan opgegeven, waardoor er zelfs een echtscheiding aan zat te komen. En hij was niet de enige met een echtscheiding op komst. Al mijn maten, een stuk of tien nam ik elke avond mee op stap. Hapje eten bioscoopje pakken en dan naar Sukabumi, naar de vrouwtjes van plezier. Nou er ging echt helemaal niemand meer naar zijn werk, de volgende dag. Als blikken konden doden waren het die van hun echtgenotes wel geweest. En dat maanden lang. En ik en Doom werden steeds gekker, van die hondenpillen natuurlijk. Ik was daar miljonair van mijn uitkering maar toch presteerden wij het de laatste week toch om zonder geld te komen zitten. Er staat mij iets vaags bij dat we bijvoorbeeld met een zwartgeverfd waterpistool toeristen stonden te beroven op de trap van discotheek Stardust, wat toen de grootste discotheek van Jakarta was, daar er konden wel tweeduizend mensen in konden. Of gewoon in een file mensen beroven. Beesten waren we. Puur en puur a-sociaal. Nee aan het stappen kwam geen eind, dacht ik tenminste. Op een gegeven moment werd ik na de verkiezingen bij de 'dorpsoudste' van de flats geroepen die met mij wilde praten over iets belangrijks.

De verkiezingen die trouwens ook een rel op zich waren en zijn, want de mensen worden dan ineens verdeeld en heel erg agressief. Dan zijn er vijf partijen met ieder hun eigen kleur. De witte is de Islamitische, de rode de democratische met als lijsttrekker de dochter van Sukarno die Suharto wilde verstoten, de groene partij voor de boeren, en de zwarte partij weet ik niet meer, en dan had je heel slim de gouden partij van president Suharto die heel vaag een embleem had met vier vakken erin waar die andere vier partijen in stonden, zo van als je twijfelt neem mij dan. En dat met goud omlijst, het Panca Warna systeem, (het kleuren allerlei systeem). Het zijn allemaal twijfelaars daar dus dat was APK gekeurd voor Suharto, jaar in jaar uit. Nou was die verdeeldheid ook in Pulomas. Er waren zoals ik al eerder zei drieëndertig blokken en die waren verdeeld in vijf territoria, Sumatranen, Javanen, Manadonezen, Chinezen en ik woonde bij de Ambonese blokken. De rest van het jaar heel Pulomas dikke vrienden, maar nu als we 'savonds met elkaar stonden te babbelen of op de motorkappen zitten op onze parkeerplaats, waren wij allen in een rood T-shirt en een rode doek om ons voorhoofd.

De klewangs (kapmessen), knipmessen, bijlen en mijn Samoeraizwaard lagen in de greppel achter de auto's voor een eventuele aanval. We waren al een keer eerder verrast door de zwarte partij, de avond ervoor en toen hadden wij moeten rennen en waren er twee goede gewonden onder ons gevallen. Maar nu stonden we heel schijnheilig te blowen en allemaal naar beneden te staren, net doen alsof ze ons weer konden pakken. Maar we hadden vier man op elke hoek van ons gebied gezet, waarvan er één dan ook al snel kwam vertellen over zijn teenslippers struikelend, dat ze er weer aankwamen. Een hoop ijzer gekletter ging snel rond en iedereen had zijn wapen verstopt achter zijn rug in de auto met open raam of simpel op de bumper of onder de auto.

Op het moment dat het geschreeuw van de zwarte groepering ons benaderde en ons in bonken denkt te kunnen hakken, pakken wij ons gereedschap vliegensvlug en volgt er een denk ik zo'n vijf minuten lange veldslag als zoiets in 'Braveheart' en ik kan u vertellen, dat is een rush hoor! Alles wat zwart gekleurd was kapte en hakte ik om mij heen al rennende met de blinde woede van de laffe aanval voor ogen van de avond ervoor en die twee creperende jongens die opgesneden in het riool hadden gelegen, en die we hadden verbonden.
Dendam! Dendam! Schreeuwen wij wat wraak betekent. Nu renden zij voor hun leven, voor sommigen echter te laat. Ik en Doom renden voorop hakkende en ontwijkende om daarna ook nog eens hun achterna te rennen toen ze al lang uit ons territorium verdwenen waren om nog een paar flinke halen over hun rug te kappen. We hebben ze heel Pulomas uitgejaagd en de rest van de verkiezingen hebben wij dan ook van niemand meer last gehad. Er werden zeven man weggevoerd met de ambulance, is ons verteld. Het moge duidelijk zijn dat wij niet op een onderzoek stonden te wachten.

Ik was de volgende dag jarig maar had daar geen flauw benul van. Er werd op de deur geklopt ik ben direct klaar wakker, pak mijn naast mijn bed gelegen zwaard en ging achter de deur staan, en vroeg mijn bediende de deur een klein kiertje open te doen want het was zo vroeg en dat op zondag, tien uur pas er klopte iets niet.
De deur gaat op een kier en ik zie mijn bediende schrikken dan spring ik in een tot mijn knieën afgeknipte gerafelde spijkerbroek met ontbloot bovenlijf wat onder de krassen en sneeën zit met een rode Ramboband om mijn voorhoofd en wilde ogen in mijn kop voor de deuropening om het daar zijnde hoofd met een schreeuw af te hakken. Staat mijn vader voor mijn neus met zijn vrouw en een cadeautje. Ik kan nog net op tijd de slag inhouden tot net boven zijn kruin.
"Ga je mee, we gaan weer," zei hij teleurgesteld in mij tegen zijn vrouw.
"Hij is gek!" hoorde ik hun tegen elkaar zeggen toen ze de trap afliepen.
"Hij is in een beest veranderd."
"Ik wil niet meer over hem praten," antwoordde mijn vader zijn vrouw.
Spierwit vertrokken zij, mij verbijsterd achterlatend en met een flinke kater.

En ik moest nog wel bij de dorpsoudste op bezoek.
Ver weg was het niet want hij woonde in mij flat op de begaande grond, maar ik wilde een beetje reepresentabel voor de dag komen, al sloeg dat nergens op want hij hield me intussen al een half jaar in de gaten. Maar na dat akkefietje met mijn vader werd ik mij van mijn 'beestzijn' een beetje bewust. Mijn enige voordeel was dat hij corrupt was en ik voorzag hem dan ook iedere dag van een portie wiet. Hij had het gehad over een kwestie van leven of dood gehad. Mijn leven wel te verstaan. Wat nu weer? Als ik geluk zou hebben zat hij slechts zonder wiet en was het een kutsmoes.