Grijzig zwart

grijzig zwart
smeult nog het vuur

licht rood op
in vlaagjes tochten

waar eens de
vlammen schroeiden

het blauw en geel
afwisselend gloeiden

daalt nu de
hamer van de smid

vormt het
zachte ijzer tot een hoef

het slaan der gaten
voor het koelen moet

om wat extra te houden
op de nieuw beslagen voet

diep in mijn herinnering
ruik ik het branden

van het nog hete ijzer
in geschoond eelt

ik mocht geschrokken zijn
het paard had gelukkig geen pijn