Godverdomse voorraad, vraag en aanbod in een biblebelt-boekhandel

Uiteraard spoedde ik mij vanochtend direkt na aankomst in de winkel naar de stapel van het winnende boek der Libris Literatuurprijs. Hoeveel hebben we op voorraad van het winnende boek is altijd weer de vraag. En uiteraard verwachtte ik om negen uur toch minstens één klant op de doorstep die de winnende titel maar dan ook direct wilde aanschaffen. De stapel was 1.
Exemplaar.

godverdomse.jpg

En er zouden toch zeker óók de nodige klanten moeten wezen die wel eens wilden zien of wij dat boek met die titel op de balie zouden hebben liggen… Oh god, dacht ik nog, hoe gaan we dát nu weer oplossen vandaag? Ik keek naar buiten waar de rij voor het Kruidvat groeiende was. En toen mijn collega arriveerde en het boodschappenlijstje van zijn dochter voorlas: Één paar Birkenstock sandalen van 49,95 voor 24,95, slechts EEN per klant, begreep ik waarom daar wél, en bij ons geen rij stond. En wéér had mijn geloof in de literatuur een knauw gekregen.

Enfin, was het geen kredietcrisis geweest, dan had ik vandaag geen tijd gehad om Godverdomse dagen op een godverdomse bol van Dimitri Verhulst te lezen. Gelukkig kwam er bij de zending nieuwe boeken nóg een (1) exemplaar mee, dus legde ik er één bij de kassa, en moffelde het tweede uit het zicht, om zelf snel te gaan lezen. En ja, het is wél crisis, dus kwam ik tot pagina 161, nog zo'n twintig te gaan vanavond. Jaja, morgen hebben we het wéér, of nóg, op voorraad :-)!
Het andere, eerste exemplaar lag er tot drie uur 's middags toen een klant vroeg: Heeft u het gelezen? waarop ik bijna volmondig Ja! kon antwoorden. Na een korte interessante discussie kocht hij het. Ik kan nog steeds verkopen…
Ik begon me al zorgen te maken, want er moest toch geen tweede vraag komen, want straks kon ik mijn exemplaar niet uitlezen! Ik moet u zeggen dat ik dit natuurlijk met enige schroom mededeel, want mijn baas heeft mijn webblog nog niet ontdekt, maar voorzichtigheid kan in deze barre tijden geen kwaad…

Heb ik mij vermaakt met dat boek? Jazeker wel! Het is inderdaad één enorme geslaagde stijloefening, wat mij betreft de alternatieve geschiedenis-canon. Ik vind het een enorme prestatie het verhaal van de mens te vertellen zonder één keer iets of iemand bij naam te noemen. Zelfs God niet. God met de kleine g komt natuurlijk voortdurend voorbij, evenals zijn compaenen, maar tot aan het einde toe slaagt Verhulst erin een bekend verhaal te vertellen zonder dat het nodig is de dingen bij hun naam te noemen. Het rare is dat hij een paar uitzonderingen lijkt te maken, namelijk bij de Pest en het Buskruit (waarnaast hij ook nog anthrax aanhaalt, iets dat ik in het geheel niet begrijp), en ik breek me er nu het hoofd over waarom hij niet ook dát iets meer verhuld heeft. De stijl is ronduit poëtisch, zeer vrij, dat wel, maar bij tijd en wijle verschrikkelijk komisch, terwijl zijn kijk een tragische, bittere is. We kunnen niet veel goeds, maar dat had u allang begrepen. De stukjes waarmee ik me het meeste vermaakte waren die ten tijde van het allereerste begin, over toen wij mannen zeg maar nog maar net rechtoplopend, met een vooruitgestoken knuppel in de ene hand een vrouw aan haar haar vasthoudend en voort trekkend in de andere, en het stukje van de kruistochten, waar sprake schijnt te zijn geweest van een met de hele reutemeteut meereizende logistieke fouragerings-afdeling, inclusief troostmeisjes. Ik ga er voorzichtig vanuit dat hij zich toch een beetje op historische bronnen heeft gebaseerd en ik moet zeggen: het heeft mijn kijk op de geschiedenis wel een beetje veranderd…

Eleonore.jpg

Over kruistochten gesproken, ik ben al maanden bezig in een dikke pil genaamd Eleonora van Acquitaine door ene meneer Guus Pikkemaat, verschenen bij uitgeverij Aspekt, die toch écht een heel andere beeld schetst van diezelfde periode :-) Maar terug naar Godverdomse dagen, wat moet ik daar nu mee, hoe leuk ik het ook vind? In hoeverre is het boek niet een maniertje, althans de stijl, hoe humoristisch ook? Ik blijf altijd met dat soort gedachten zitten en vraag me dan ook af wat er over een jaar nog van dat boek in mijn hoofd zit. En wil ik meer van Verhulst lezen? Daarnaast is er nog wat anders, want hoezeer ik zelf ook een aanhanger van het halflege glas ben, en vanuit dit perspectief is dit boek duidelijk geschreven, want de mens doet en kan niet veel goeds doen (of het leidt tot de, of een ondergang), ik vraag me toch af wat voor soort boek het zou zijn als het geschreven was vanuit de optiek van de aanhanger van het halfvolle glas. Waar mee ik alleen maar wil zeggen dat het zo makkelijk is om te mopperen, te kankeren en zo meer, maar probeer eens het goede te zien, da's nog een hele opgaaf. Zéker voor ondergetekende fatalistische pessimist die zich dus echt goed kon vermaken met dit boek, ondanks zijn eigen somtijds calvinistische gedachtegangen. Moet je maar niet in de biblebelt gaan wonen, zou één van mijn vrienden zeggen. Waarop ik altijd riposteer: Ik ben IMPORT!!!

Maar ik had dit stukje nog niet geplaatst op mijn diverse blogs of ik moest na het uitlezen van het boek al weer op mijn schreden terugkeren:

Natuurlijk, ik heb erom gevraagd: Niemand, óók een boekverkoper niet, moet een boek bespreken voordat hij het uit heeft (zie mijn vorige bijdrage). En nu zit ik met de gebakken peren. Want ik ben nogal ontevreden over het slot van Verhulst's Godverdomse dagen op een godverdomse bol.

Juist vanmiddag, tijdens het lezen zat ik me af te vragen hoe hij WO I en II zou aanpakken. En precies daar blijft zijn stijl hangen in een oefening. Dan wordt het dramatische gegeven teveel. En schiet de ironische vorm en stijl voor mij volkomen voorbij aan de inhoud. Er zijn veel boeken geschreven die de gruwelen van ons laatste tijdperk beschrijven, zélfs op ironische wijze. Maar opnieuw blijkt dat deze twee oorlogen, en wat mij betreft ook het gebruik van de atoombom, waarmee zijn boek eindigt, van een voor de mens niet te bevatten gruwelijkheid zijn. Ironie werkt dan niet meer, of het moet de laatste, volgende "leuke" zin zijn die Verhulst schrijft m.b.t het interbellum: En de bevolkingsteller, die staat ding dong, ding dong, op twee miljard. 't Verstaat er niks meer van. Waar blijft dat volk toch vandaan komen? Alsof het daarnet met elkaar in één grote beddenbak heeft liggen vozen.

Het is ook dat wat ik tegen klanten zal vertellen als ze me vragen of ik het een goed boek vond.

godverdomse_achterzijde.jpgEleonore_achterzijde.jpg