Geld Lenen 2

‘Geld lenen,’ zei mijn opa venijnig, hij keek ons met zijn kleine ogen priemend aan, ‘dat is de duivel verzoeken!’
Wij wisten dat hij boven op zijn geld zat want hij was een rijk man. Hij had ook nauweljks geld nodig. Hij had zijn warme prak, zat altijd in die grote trijpen leunstoel bij het raam en volgde nauwgezet alles wat op straat passeerde en had overal commentaar op.
‘Sparen moet je!’ sneed mijn opa door de kamer. ‘Als je iets wilt hebben betaal je contant!’
Wij keken hem in ontzag aan. Opa kon het weten. Hij had zijn hele leven gespaard. Elke cent omgedraaid, nooit schulden gemaakt en hard gewerkt. Dat hij nu oud en chagrijnig overal wel iets op had te zeggen had er ongetwijfeld mee te maken. Alleen al de gedachte eens flink te genieten van zijn centen kon hem in uitzinnige woede doen uitbarsten.
‘Heb ik het daarvoor gespaard! Om het nu lichtzinnig uit te geven!’
Wij deden er het zwijgen toe. We waren jong en hadden nog ontzag. Als we jarig waren kregen van hem iets nuttigs waarvan we wisten dat het hem geen cent gekost had. Ja, zo kon je wel rijk worden.
Op een dag werd er aangebeld bij opa. Iemand van het gasbedrijf. Hij moest bij de meter zijn. Opa liet hem binnen. Na de meter wilde de man per se ook de kachel in de kamer controleren en daarna ook de schoorsteen. De man maakte nogal wat lawaai bij al die controles en keerde uiteindelijk terug bij de meter die hij vreselijk verouderd vond.
‘Er komt geen nieuwe!’ schold opa.
De man van het gasbedrijf maakte een notitie en verdween. Niet lang daarna ontdekte opa dat zijn blikken trommel met geld was verdwenen. Kennelijk was die man van het gasbedrijf niet alleen geweest. Wij vreesden woedende commentaren en angstwekkend gesnauw als we weer op visite waren. Maar niets van dit alles. Wat we zagen was beangstigend. Opa zat op zijn vertrouwde plek in de stoel, zijn lippen strak op elkaar, zijn blik voortdurend naar buiten alsof hij daar die man van het gasbedrijf zag lopen, zijn lichaam stram tegen de rugleuning van de stoel. Er kwam geen woord uit. We kwamen nog een paar keer. In al die tijd veranderde niets. Of ja, opa zag er steeds slechter uit. Op een dag was hij zomaar dood en hebben ze hem begraven. Dat geld hebben ze nooit achterhaald.

Cor Snijders.