Geld lenen 10

‘Geld lenen in dit dorp, is absoluut niet nodig,’ verzekerde de oom me. ‘In dit dorp helpen we elkaar. We doen niet aan winst. God vraagt van ons alleen maar onze naaste bij te staan.’
Hij glom bij die woorden. Ik was achttien, zwanger van Johan en had samen met hem dat huisje gevonden dat gemakkelijk kon worden opgeknapt en hoorde het blij verrast aan. Ik was zo groen als gras en misschien nog erger.
‘We hebben wat gezien,’aarzelde ik.
Het glimmende gezicht spleet open in een brede glimlach. ’Maak dat dan voor elkaar, dan zorgen wij voor de rest en met Gods hulp zal het lukken. Als we maar deemoedig erkennen dat alles van boven komt!’
Johan vertelde me later dat hij er vaak genoeg van gehoord had en dat het ongelooflijk veel geld scheelde.
‘Dan hoeven we geen geld te lenen,’ constateerde ik opgewonden. Want een baby krijgen, een huis kopen en een baan zien te houden kunnen slapeloze nachten veroorzaken. ‘Dan gaan we het redden!’
We trouwden, betrokken ons huis, regelden duizend en een dingen en op een avond kwam die oom eens vragen wanneer hij ons nu in de kerk zag.
‘Wij zijn niet van die kerkgangers,’ waagde ik te zeggen.
Johan had hier ervaring mee, keek zuinig, maar zei even niets.
‘Ah,’ reageerde de oom, ‘jullie hebben de Heer wel nodig, maar zijn niet bereid tot de eredienst?’
De baby werd geboren, we zaten elke week voor in de kerk, we mochten niets meer, geen spannend boek, geen film, geen tv, uitgaan was uit den boze en ook seks was slecht, maar bijna alles was wel gratis. Zo dobberden we de maanden door, zagen onze dochter groeien, voelden ons gevangenen en op een avond had ik er schoon genoeg van.
‘Ik wil dit niet meer!’
‘Het kan niet anders,’ wist Johan. ‘Dan gaat het geld kosten!’ Hij keek me ongelukkig aan.
‘Oké, dan wil ik scheiden!’
Dat wilde Johan niet, dus namen we op een dag de benen: met zoveel spullen als we in de auto konden laden.
Nu betalen we rente, hebben het ongelooflijk krap, maar voelen ons bevrijd! We mogen opeens weer alles en hebben niets meer met God te maken, die ongetwijfeld kritisch op ons neerkijkt, maar volgens mij ooit nog eens zijn vlammende toorn zal doen neerdalen op die star in de leer zijnde volgelingen.