Fabel van de reus

De reus wankelt. Zijn zelfgenoegzame uiterlijk, bewust van zijn macht en invloed, vertoont scheuren. Die worden dieper en venijniger en laten hier en daar de onderliggende structuur zien. Alles blijkt voor een groot deel aangetast. De reus beseft zijn omvang en weet dat als hij omvalt dat desastreus is en hij heel wat zal meeslepen. Hij slaat slaat zijn armen uit in een reflex om zijn evenwicht te bewaren en heel het land kijkt verbijsterd toe: kijk, de reus dreigt om te vallen!
Maar dan is daar de Koning. Een solide gestalte, gedragen door ontelbare onderdanen, vervuld van grote macht. Hij legt zijn hand op de schouder van de reus en behoedt deze om te vallen.
Na een tijd blijkt dat het aan de benen van de reus ligt, daar, waar hij nooit aan twijfelde, blijkt nu toch van alles aan de hand: krampen en spiertrekkingen, zelfs onvoldoende bloeddoorstroming. En zie, opnieuw wankelt de reus en de ontzetting in het hele land slaat toe want als hij valt, sleept hij velen mee.
Maar weer is daar de koning wiens macht oneindig groot lijkt. Maar het is nu ook net of ze elkaar in evenwicht houden. Het volk ziet dat duidelijk en het ziet meer, het begint oorzaken te onderscheiden. Het wordt duidelijk waarom de reus wankelt en waarom de koning hem steunt: ze hebben elkaar nodig, anders stort het hele land in de afgrond.
Nu twijfelt het volk aan de reus maar ook aan de koning. En die twijfel blijkt in dit geval het allerergste. Een filosoof oppert dat de grootheid van de reus hem arrogant heeft gemaakt. Dat teveel rondom de reus is gebaseerd op lucht, afspraken op papier en beloften. De reus is uit zijn krachten gegroeid en alles om de reus ook. Het moet allemaal eenvoudiger, niet zo opgeblazen. Alle onderdanen beseffen: ze moeten een stap terug.
Kijk naar de natuur, leert de filosoof. Elk jaar wordt het opnieuw lente, botten bloesems uit tot knoppen, woekert gras onstuimig rond en zelfs het kleinste plantje groeit gewoon, zonder afspraken of handtekeningen. Laten we daar van leren.
Daar moet de reus over nadenken. Hij beseft dat hij niet eeuwig door de Koning kan worden ondersteund. Er zal verandering moeten komen. En terwijl de reus zich bezint, de Koning met zijn raadsheren overlegt wacht het volk in angstige spanning af.