Faalangstig bang

de dagen zijn
voorbijgegaan in
vele lagen van bestaan

natuurlijk was er groei
de grond geploegd
geschoond van stronk en steen

langs elkaar heen
in een verdeling die
seizoen en rol gebonden was

tot eigenheid
wat ruimte kreeg
en verder woekeren bleef

het samen schouwen
leek op houden van
liefde bleef faalangstig bang

tijd rijgt jaren
in een veranderend patroon
ieder kleurt en weeft zijn eigen droom