Eerste verhaal

Ik klemd**e mijn hand om zijn keel en kneep flink. "WÁT?" Ik sloeg hem, vol in zijn gezicht. Zijn lip sprong open, terwijl hij me aankeek met doodsangsten. Hij probeerde zich te verdedigen, een klap terug te geven. Maar toen ik dat merkte haalde ik nog eens uit, recht op zijn neus. Ook die was toen aan het bloeden. Alles kwam samen op zijn kin, waarna het naar beneden drupte, sommige druppels op zijn shirt, andere langs zijn nek en weer andere vielen direct op de grond. Ik grijnsde. Wat genoot ik toch van bloed, wat was het toch heerlijk om het bloed te zien druipen, de angst te proeven en een grijns op mijn lippen te laten spelen. Dit was mijn wekelijkse bezigheid, als het al niet mijn dagelijkse bezigheid was. Ik hield ervan zweetdruppels van doodsangsten te zien, tranen van pijn en bloed, door elkaar gemengd, oh god, wat hield ik ervan. Ik genoot van ieder moment dat het mocht, ieder moment, dat ik iemand voor de rest van zijn leven mocht verminken, een blijvende herinnering, een soort stempel, van mij, van mij alleen.

Ik liet mijn gedachten teruggaan naar de vorige dag. Ik had een punker mogen aanpakken, een student die de huur niet wou betalen. Hij zou het ook nooit meer doen, zijn familie kon geen erfenis krijgen, want hij had teveel schulden bij mijn meester. Daarom was ik er ook heen gegaan. Hij moest en zou terug betalen, hij zou geen onrecht doen aan mijn baas. Hierdoor voelde ik mij ook niet slecht, ik haalde slechts terug wat eigendom was van degene die me betaalde. Van degene die me uit de put had getrokken, die me had geholpen, die naar me om had gekeken. Ik haalde zijn geld terug, desnoods met geweld, als ze niet meewerkte. Als ze wel meewerkte, dan sloeg ik ze alsnog, omdat ik helemaal moeite moest doen om erheen te komen, terwijl ze het geld hadden kunnen opsturen. Ze hielden me daardoor op, dan sloeg ik.

Maar nu was het dus deze jongen. Hij was een arme sloeber, hij had geen geld om terug te betalen. Ik sloeg nog een keer, nog eens, nog eens. Ik draafde door, het bloed maakte me zowat high, het gaf een kick. Ik sloeg door, hij kon niets anders doen als zijn tanden uitspuwen, af wachten waarneer ik zou stoppen. Maar dat deed ik niet. Ik duwde hem op de grond, zette mijn knie in zijn buik en beukte erop los. Ik was niet te houden, ik was buiten zinnen. Ik voelde me geweldig, het bloed, ik weet niet, maar het geeft me een kick. Het laat me geweldig voelen. Ik vind het heerlijk om het bloed te zien stromen, de smeekbedes aan te horen en hem vervolgens weg te smijten als oud vuil. Ik sloeg zonder ophouden, het duurde niet lang voordat de gehele tapijt was roodgekleurd en ook van de jongeman niet veel meer over was.

Ik keerde terug naar mijn meester en overhandigde hem zijn geld." Goed gedaan mijn jongen.' zei hij, terwijl hij me trots aankeek. Hij was voor me als een vader. Hij had om me gegeven, een baan voor mij geregeld die perfect op mijn verlangens aansloot. Ik vertrok naar mijn kamer en plofte neer op mijn luxe bed. Alles in mijn kamer was overigens luxe. Mijn baas zorgde goed voor mij. Hoe kon het ook anders? Hij had miljoenen! Er is mij wel eens gevraagd of ik hem zou beroven, maar daar begin ik niet aan. Ik beroof en vermoord niemand waar ik respect voor heb. Niet de man die als een vaderfiguur voor mij optrad na een vaderloze jeugd te hebben gehad. Ik zei daarom ook dikwijls: "Mijn vader? Ach, dat is de meest invloedrijke man ter wereld! Nicolaï Carpatia!"**