eenhoorn

ze schreef zich een pad door het woud van de
duizend poëten waar de eenhoorn het dampend
wit lijf tegen de stammen schuurde en zich nimmer
verhuurde aan welke bejubelde fantast dan ook

maar in de avondschemering rook hij de echo
van haar immer lachend hart en stampvoetend
en snuivend betrad hij haar pad waar ze hem
tot rust en kalmte maande - spiegelde haar

sterrenogen in de glans van zijn hoorn en in
een ondeelbaar moment zat zij zijdelings op
zijn nimmer getemde rug - het sloeg zijn vleu-

gels uit en zo verdwenen zij onder een uitzin-
nig "we want more" achter de coulissen waar
de mot en de roest verder hun werk deden

pieter c