den schoonen prinsch

…Er was, o, eensch

Onder een gewelf van sprookjessterren
in eenen land vanaf hier heel verre

en lang, lang, lang geleden
ende hopenlijk nimmer weer
eenen schoonen prinschenheer

Zoo schoon, zoo eenen droom
was deezen prinsch
dat alle vrouwen met malkander
vochten om den koninginnenkroon

Doch al wat jong was , al wat beleegen
alle weeuwen , alle maagden
die zich laafden aan zijn heerlijkheden
rolden den oogen ten heem'len
waarna zij morschdood neederzeegen

In smart trok den jongeling
over het schoon gelaat een masker
toog over berg en dal en zee
naar eene machtige tooverkee
en vroeg haar weenend
om eenen lelijken beheksing

Hij smeekte haar, Ach doet mij helpen
bood haar goud robijnen schildknaapen
zijn kasteelen koetsen kroonen, alles
alles, zelfs zijn collectieën spiegelglazen
ende gekleurde Piggelmeeschelpen

Zij sprak vooraf: Tuit mij Uwe lippen
en laat Ge in mijn sponde gaan
Nadien sprak zij: Het is nietsch gedaan
zulks gemaskerd wippen

Vervuld van meedenleeven
schonk zij 't elixer en sprak den Spreuk
Het masker heeft hij haar gegeeven

Aldusch, de vrouwen in het vorstendom, hij huwde hen allen
En zij leefden nog lange en gelukkig onder den armen

in dat verre land waar eensch…

©2003dendeursch