Een Woning
maxernst2.jpg

De vrouwen staren over het veld
Waar de dood hen heeft verlaten
Nu, hun hoofden zijn bedekt met stof
Vlammende mantel van fluweel
Hangt los over de schouders
Van een getergde gedaante, een vogel
Dun en groen en ziek
Houdt aan haar heup de wacht,
Gelijk een parasiet
Met in de hand een beendervork,
Pijlen om haar te verwonden
Onder een Azuren hemel, het gebouw
Van oude kalkstenen, wit en vreemd
Daar wonen ze, die vrouwen
Zielloos en ontheemd
Ontrouw

Het benauwd mij dat ze niet bestaan
Zelfs niet in een schilderij van God
Waar zij op staan. Er is geen wereld
Zo benard als deze. Geen gebinte
Zo kil, zo leeg, zo ademloos

.